Turkse muziek
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Turkse muziek
2. Volksmuziek

Veel kenmerken van de Turkse klassieke muziek zijn terug te vinden in de volksmuziek, zoals de volksmuziek omgekeerd van belang is geweest bij de ‘verturksing’ van de Arabische en Perzische klassieke muziek. Zowel instrumenten als de rebab en de ney, als verschillende makamat zijn in de volksmuziek terug te vinden.

Bij feesten worden gewoonlijk musici ingehuurd, met als voornaamste taak het begeleiden van dansen. De standaardbezetting is een combinatie van davul, een grote trommel, en zurna, een dubbelriet-blaasinstrument (hobo). Voor de begeleiding van gezongen teksten is vooral de saz het aangewezen instrument, een viersnarige langhalsluit met een peervormige klankkast. Het instrument is waarschijnlijk van Centraal-Aziatische oorsprong. Hij bestaat in drie maten, van klein naar groot de cura, de baglama en de divan. De baglama kan beschouwd worden als het nationale instrument van Turkije.

Daarnaast zijn er instrumenten die alleen in bepaalde streken gebruikt worden. Een typisch kenmerk voor de omgeving van Konya is het gebruik van houten lepels (kasikler), die als ritme-instrument dienen. De bevolking van de oostkust van de Zwarte Zee speelt haar feest- en dansmuziek op een kleine driesnarige viool (kemence), een doedelzak (tulum), of een dubbele klarinet (cifte).

Minstreels, rondtrekkende zanger-dichters die asik worden genoemd, speelden een belangrijke rol bij de verspreiding van het soefisme. Geleidelijk breidden de asik hun repertoire uit met sociaal-politieke liederen, waarin scherpe commentaren werden geleverd op sociale misstanden. De asik begeleidde zichzelf op de baglama.

De asik-muziek werd door studenten, die na de staatsgreep van 1971 in opstand kwamen, nieuw leven ingeblazen. Voor hun politiek getinte liederen gebruikten zij teksten van Pir Sultan, Nâzim Hikmet e.a.