Zoekweergave Falla y Matheu, Manuel de

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Falla y Matheu, Manuel de

Falla y Matheu, Manuel de (Cádiz 23 nov. 1876 – Alta Gracia, Argentinië, 14 nov. 1946), Spaans componist, pianovirtuoos en muziektheoreticus, studeerde privé bij Felipe Pedrell. Behalve een prijs voor zijn pianospel verwierf hij de eerste prijs in een nationale operawedstrijd met zijn opera La vida breve (1905). Van 1907 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in Parijs, waar hij in contact kwam met Debussy, Ravel en Dukas en zijn landgenoten Albeniz, Granados en Turina. Aan zijn carrière als dirigent, pianist en klavecinist kwam door het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog een abrupt einde. In 1939 verliet hij Spanje vrijwillig en vestigde zich in Argentinië, waar hij teruggetrokken leefde. Zijn stoffelijk overschot is later op staatskosten naar Spanje overgebracht.

Het betrekkelijk kleine oeuvre van De Falla onderging sterke impulsen van de Andalusische volksmuziek. Zijn coloriet werd voornamelijk beïnvloed door de Franse muziek van zijn tijd (Debussy, Ravel). Omstreeks 1923 voltrok zich een scherpe stijlverandering in neoclassistische richting. Evenals Strawinsky raakte De Falla in die tijd geïnspireerd door historische muzikale stijlen, maar dan met name de hoofse en religieuze muziek uit het Spaanse verleden. Als eerste 20ste-eeuwse componist schreef hij een concert voor klavecimbel – het barokinstrument waarvan op instigatie van Wanda Landowska een reconstructie was gemaakt door de firma Pleyel. De Falla's laatste werk, het oratorium La Atlántida, werd door zijn leerling Hallfter twee keer voltooid (in 1961 en 1976).

WERK: (behalve de genoemde): Orkest: Noches en los jardines de España (1911–1915; piano en orkest); Homenajes (1920–1938); suites uit de balletten; concert v. klavecimbel en 5 solo-instr. (1923–1926). – Balletmuziek: El amor brujo (1914–1915; met o.m. de Danza ritual del fuego); El sombrero de tres picos (1919; ballet naar Alarcón). – Piano: Cuatro piezas espagnoles (1908); Fantasia Baetica (1919); Pour le tombeau de P. Dukas (1935); bewerkingen van de theatermuziek. – Gitaar: Homenaje ‘le tombeau de C. Debussy’ (1921; ook voor piano). – Opera: El retablo de maese Pedro (1923; eigen libretto n. Cervantes). – Liederen: Trois mélodies (1909; n. Th. Gautier); Siete canciones populares Esp. (1914); Psyché (1924; m. fluit, harp, viool, altviool en cello).

UITG: Escritos sobre musica y musicos: Debussy, Wagner, el ‘cante jondo’ (1950; herz. en uitgebr. 1972; Eng. vert. 1979); Spanien und die neue Musik: Schriften, Gespräche, Erinnerungen (1968); Correspondencia de M. de Falla (1978).