Schumann, Robert
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Schumann, Robert
2. Betekenis

Schumann geldt als de grootste Duitse romanticus van zijn tijd. De typische Schumann-stijl komt vooral in zijn pianocomposities tot uiting, in het bijzonder in de lyrische karakterstukken. Deze stijl onderscheidt zich van zijn voorbeelden (Beethoven, Schubert, Weber, Mendelssohn, Chopin) door de poëtische sfeer, de grote soepelheid en de fantasievolle vrijheid in vorm, harmonie en melodie. Zijn liederen vormen het hoogtepunt van de Duitse liedkunst tussen Schubert en Wolf door zijn meesterlijke beheersing van alle muzikale, literaire en zangtechnische factoren en van het – benadrukte – declamatorische element, alsmede door hun grote verfijning tot in alle details. Zijn liedtechniek werkte door in zijn oratorium en zijn opera Genoveva (eerste uitvoering 1850) en drukte daarop een eigen stempel. Hoewel Schumanns instrumentatiekennis leemten vertoonde, getuigen zijn symfonische werken vaak van orkestrale vindingrijkheid. Na 1844 maakte Schumanns stijl een opvallende versobering door, die door de musicologie aanvankelijk werd uitgelegd als een regressie in compositorisch vermogen. Mede daardoor zijn Schumanns late werken beduidend minder uitgevoerd dan zijn vroege werken. In de recente wetenschappelijke literatuur is echter een opleving van de belangstelling en een toenemende waardering voor Schumanns late oeuvre waarneembaar. Zijn volledige werk werd uitgegeven door Clara Schumann (31 dln., 1879–1893) in samenwerking met Brahms.

WERK: (behalve de genoemde): Orkest: 4 symf. (1841; 1845–1846; 1850; 1841, 2de versie 1851); Ouverture, Scherzo und Finale (1841, 2de versie 1845); ouverture bij Schillers Braut von Messina (1850–1851), Shakespeares Julius Caesar (1851), Goethes Hermann und Dorothea (1851), Festouverture (1853). – Orkest en solo-instr.: pianoconc. (1841–1845); Konzertstück (1849; v. 4 hoorns en ork.); Introduction und Allegro appasionato (1849; v. piano en ork.); celloconc. (1850); Konzert-Allegro mit Introduction (1853; piano en ork.); Phantasie (1853; v. viool en ork.); vioolconc. (1853; nagelaten). – Kamermuz.: pianokwintet (1842); 3 strijkkwartetten (alle 1842); pianokwartet (1842); 3 pianotrio's (1847; 1847; 1851); Phantasiestücke (1842; v. piano, viool en cello); wrk. v. 1 instr. en piano. – Pianomuz.: Papillons (1829–1832); Albumblätter (1832–1854); Impromptus über ein Thema von Clara Wieck (1832); 5 Intermezzi (1832); 3 sonates (1833–1835; 1835–1836; 1833–1838); 12 symf. etudes (1834); Carnaval (1834–1835); Phantasie (1836); Bunte Blätter (1836–1849); Davidsbündlertänze (1837); Phantasiestücke (1837); Kinderszenen (1838); Kreisleriana (1838); Noveletten (1838); Vier Klavierstücke (1838–1839); Nachtstücke (1839); Drei Romanzen (1839); Bilder aus dem Osten (1839); Humoreske (1839); Faschingsschwank aus Wien (1839); Adante und Var. (1843; v. 2 piano's); Sechs Fugen über den Namen Bach (1845; ook v. orgel); Album für die Jugend (1848); Waldszenen (1848- 1849); Vier Märsche (1849); Drei Phantasiestücke (1851); Ballszenen (1851); Gesänge der Frühe (1853); 3 Klaviersonaten für die Jugend (alle 1853). – Vocale muziek: Liederkreis (1840; Heine); Myrthen (1840; Goethe, Rückert e.a.); Liederkreis (1840; Eichendorff); Zwölf Gedichte (1840; Kerner); Zwölf Gedichte aus Rückerts Liebesfrühling (1840); Frauenliebe- und -leben (1840; Chamisso); Dichterliebe (1840; Heine); Romanzen und Balladen (3 dln., 1840; Eichendorff, Heine e.a.); Lieder und Gesänge (4 dln., 1840–1850); Romanzen und Balladen, IV (1841–1847; Mörike en Heine); Szenen aus Goethes Faust (1844–1853); toneelmuz. bij Manfred (1848–1851; Byron); Liederalbum für die Jugend (1849; Fallersleben, Uhland e.a.); Der Rose Pilgerfahrt (1851; v. een zangstem en piano); voorts: duetten, trio's en kwartetten, koormuziek met orkest, missen. – Geschriften: Gesammelte Schriften über Musik und Musiker (4 dln., 1854; 2 dln., 51914, d. M. Kreisig; herdr. 1969).

UITG: Aus R. Schumanns Briefen und Schriften, R. Münnich (1956); The musical world of R. Schumann. A selection from his own writings, d. H. Pleasants (1965); Tagebücher, d. G. Eismann (3 dln., 1971 vv.); Die Haushaltbücher, d. G. Nauhaus (2 dln., 1980); Clara und Robert Schumann, Briefwechsel. Kritische Gesamtausgabe, d. E. Weissweiler (1984 vv.).