| kostuum | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 7. 19de eeuw |
Na enige excessen tijdens het Directoire ontstond een nieuwe stilering onder Napoleon (zie empire [toegepaste kunst]) waarin vooral de invloed van de klassieke oudheid duidelijk was. De belangrijkste vormveranderingen vertoonden sindsdien de drachten van de vrouwen, waarvan meestal de stilering op een afstand en meer gematigd door de mannenkleding gevolgd werd (zie ook biedermeier). De empirekledij werd reeds tegen 1820 vermengd met allerlei romantische herinneringen uit een nabij verleden, zo bijv. werd de plooikraag weer in ere hersteld. In 1830 waren de mouwen breed uitgegroeid. De schouders leken nu sterk afhangend en hun lijn ging ononderbroken in de mouwen over. Daarbij kwam een rechte wespentaille en voetvrije rok. Een enorme luifelhoed met veren en bloemen dekte het hoofd. Het jaar 1840 bracht een rustpunt in de stilering. Kort daarna begon de crinoline zich aan te kondigen; 1880 bracht als contrast zeer grote slankheid, terwijl 1885 nog eens en zo mogelijk nog onorganischer tournures zag, ditmaal zonder de lange slepen en zonder de zwier van de draperingen van 1870. Na 1890 begonnen de mouwen een rol te spelen: ca. 1895 waren deze tot enorme pofmouwen uitgegroeid, die daarna, ca. 1900, weer geleidelijk verdwenen. Daarbij kwamen de zeer sterk ingeregen wespentailles en wijde klokrokken.
In het midden van deze eeuw ontstond de haute couture. In 1858 opende de Engelse ontwerper Charles Frederick Worth zijn modehuis in de Rue de la Paix in Parijs, waar zijn ontwerpen werden getoond door zijn vrouw, de eerste mannequin (tot dien werd kleding getoond op poppen). Na hem kwamen er tal van modehuizen in Parijs, o.m. van Jacques Doucet (ca. 1870), bekend om de eerste mantelpakken, de gezusters Callot (ca. 1870), Redfern (ca. 1881) en Madame Paquin (1891), die als eerste vrouw een leidend ontwerpster werd.