Ook in België, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, zijn in de loop van de 19de eeuw de regionale klederdrachten sterk in aantal achteruitgegaan. Als volksdrachteneilanden komen in de 20ste eeuw nog slechts de Kempen en de Ardennen in aanmerking. Overal elders, behalve misschien in sommige oude steden en streken: Brugge, Ieper, Oudenaarde, Lier, Aarschot, Bergen (Mons), Namen, Aarlen, het Pays de Gaume (Belgisch Lotharingen), de Zeepolders en de Noordzeekust, beperkt zich de volksdracht tot de mantel (kapmantel) en het hoofddeksel (muts of neusdoek). Gelegenheidsgewaden van de andere streken worden enkel nog als folklore op kermissen, in optochten of carnavalstoeten gedragen. Men onderscheidt feestdrachten (zondagse boeren- en boerinnenkledij), ouderwetse militaire uniformen (bijv. bij de Waalse ‘marches’) en werkdrachten (vissersoliekazakken met zuidwester en mijnwerkerspakken met lederhelmen).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.