Groot, Hugo de
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Groot, Hugo de
3. In ballingschap

Na prins Maurits' dood in 1625 probeerde Maria van Reigersberch de terugkeer van haar man naar Holland mogelijk te maken. Daarvoor bracht ze herhaalde bezoeken aan vrienden en aanhangers in Holland. Zelf waagde Grotius zich in oktober 1631 in Holland. Maar zijn weigering om gratie te vragen leidde in april 1632 tot een arrestatiebevel, waaraan hij ontsnapte door naar Hamburg te vluchten. Sindsdien koesterde hij een toenemende wrok tegen zijn vaderland. Hij knoopte relaties aan met koning Gustaaf Adolf van Zweden (1594-1632) en werd in 1634 door de kanselier Axel Oxenstierna benoemd tot Zweeds ambassadeur in Parijs. Het was een belangrijke post vanwege het Zweeds-Franse samengaan in de Dertigjarige Oorlog, maar Grotius bleek er niet erg geschikt voor. In 1644 werd hij door koningin Christina naar Zweden ontboden en zij ontsloeg hem uit zijn functie. Op haar aanbod om lid te worden van de Staatsraad weigerde hij in te gaan. Op de terugreis uit Zweden leed hij schipbreuk. Toen hij in Rostock (Duitsland) aan wal werd gebracht, bleek hij dodelijk uitgeput. Hij overleed twee dagen later in een logement ter plaatse. Pas na zijn dood werd zijn identiteit vastgesteld. Door de zorg van zijn zwager Nicolaas van Reigersberch, lid van de Hoge Raad van Holland en Zeeland, werd zijn stoffelijk overschot in de Nieuwe Kerk in Delft begraven op 3 oktober 1645.