Congo is potentieel een van de rijkste Afrikaanse landen. Het klimaat maakt de verbouw van een groot aantal gewassen mogelijk. De bodem is zeer rijk aan delfstoffen en het land beschikt over enorme mogelijkheden voor het opwekken van hydro-elektriciteit. Toch is de economische situatie slecht. De buitenlandse schuld is zeer groot. De inflatie is buitensporig hoog. Er zijn verschillende oorzaken, zoals de burgeroorlog, wanbeleid en corruptie, de bevolkingsexplosie, m.n. onder de arme bevolking in Kinshasa, de daling van de koperprijs op de wereldmarkt, de oliecrisis in de jaren zeventig en het teruglopen van de export. Het grootste deel van de bevolking is werkzaam in de landbouw, maar in deze sector daalde de opbrengst jaarlijks door de hoge inflatie en de ineenstorting van het transportsysteem. Aanvoer van zaaigoed, kunstmest en landbouwwerktuigen stagneerde en het vervoer van de landbouwproducten naar de markten kwam praktisch tot stilstand. De industrie draait op 50% van haar capaciteit, o.m. door gebrek aan onderhoud en onderdelen van machines en door de hoge olieprijzen.
In 1976 werd de drie jaar daarvoor ingevoerde politiek van zaïrisering in de industrie en het bedrijfsleven gewijzigd; buitenlanders kregen hun aandeel in ondernemingen terug. Tussen 1975 en 1989 is het bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking gehalveerd (in 1989 $ 260). In 1994 was dit gedaald tot $ 135.
| 4.2 Landbouw, visserij en bosbouw |
De landbouw draagt ca. 55% bij tot het bnp, maar ca. 67,5% van de bevolking is werkzaam in de agrarische sector. Een groot deel van het land is niet in cultuur gebracht. Het belangrijkste voedingsgewas is cassave. Het cassavedieet wordt aangevuld met maïs, aardnoten, rijst, bananen en bonen. Handelsgewassen zijn katoen, koffie (het enige agrarische product dat belangrijk is voor de export), thee, palmolie, palmpitten en cacao. De handelsgewassen worden, met uitzondering van katoen, hoofdzakelijk op grote bedrijven verbouwd, die meestal in handen van Europeanen zijn. De oogsten zijn niet toereikend om in de eigen behoefte te voorzien. Veel levensmiddelen moeten geïmporteerd worden. De veehouderij is van geringe betekenis door het voorkomen van de tseetseevlieg. Alleen in hoger gelegen gebieden, zoals in de provincie Kivu, worden runderen gehouden. Vis is als bron van proteïnen van groot belang voor de voedselvoorziening. De visvangst is echter sterk teruggelopen. Er zijn plannen om de vissersvloot uit te breiden. Congo is rijk aan bossen, die ruim 62% van de totale oppervlakte beslaan. Door de slechte transportmogelijkheden en de moeilijke toegankelijkheid is de exploitatie van de bossen echter beperkt gebleven. De bosbouw vindt vooral plaats in het Mayumbewoud bij de monding van de Congorivier. De belangrijkste houtsoort, limba, raakt op als gevolg van overmatig kappen. De regering heeft het kappen en de uitvoer van verschillende boomsoorten beperkt om volledige verdwijning te voorkomen. Hout is de belangrijkste brandstof. Rubber is hoofdzakelijk afkomstig van plantages.
De mijnbouw is de belangrijkste economische sector, die ca. 80% van de exportopbrengst voor zijn rekening neemt. De mijnbouw is geconcentreerd in het zuidoosten, in de provincies Katanga, Kasai en Kivu. Door de onstabiele politieke situatie in Angola is het transport naar zee via dit land sterk teruggelopen. De meeste export gaat via Zambia en Zimbabwe. De belangrijkste mijnbouwmaatschappijen zijn: Gécamines (Générale des Carrières et Mines du Zaïre) en de Société de Développement Industriel et Minier de Zaïre (SODIMIZA), beide staatsmijnbouwmaatschappijen. Kobalt en koper zijn de belangrijkste ertsen. Kobalt wordt gevonden in de koperertslagen. Congo bezit 50% van de bekende kobaltreserves van de wereld en is 's werelds grootste producent. De belangrijkste delfplaatsen van kobalt zijn de Kamoto en de Kambovemijn. Koper wordt gevonden in de zgn. ‘Copperbelt’, een ca. 300 km lange strook die zich uitstrekt vanuit Zambia via Lubumbashi in noordwestelijke richting. Hier bevindt zich ongeveer een zesde van de wereldvoorraad koper. Er zijn productieproblemen door een tekort aan onderdelen, nieuwe apparatuur en technisch personeel. Dagbouw komt veel voor. De exploitatie is in handen van de staatsonderneming Gécamines. Andere mijnbouwproducten zijn zink, diamant en tin. Zink wordt aangetroffen in de koperlagen. Overige bijproducten van de kopermijnen, zoals zilver, cadmium en germanium, zijn van minder belang. Congo is na Australië de grootste producent van industriediamant. De diamantvelden liggen in Oost-Kasai. Tin komt vnl. voor in de vorm van cassiteriet. Bijproducten van de tinmijnen zijn o.m. wolfraam, niobium, tantalium en beryllium. Door de groeiende vraag op de wereldmarkt is de delving van het erts coltan, veelgebruikt in micro-elektronica, belangrijker geworden. In Katanga wordt tevens mangaan, goud (ook in het noordoosten) en een mindere kwaliteit steenkool (in de Lukuga- en Luenabekkens) gewonnen. In 1975 is in de omgeving van Moanda, aan de kust, begonnen met de winning van aardolie. Congo exporteert de aardolie, omdat de eigen raffinaderijen niet in staat zijn de aardolie te verwerken. Aan het eind van de jaren tachtig daalde de productie echter doordat de oliebronnen uitdroogden.
De industriële activiteiten bestaan uit de verwerking van mijnbouwgrondstoffen, agrarische grondstoffen en ingevoerde halffabrikaten. De industrie is geconcentreerd in het zuidoosten van het land. Kleinere industriegebieden zijn er bij Kinshasa, Matadi en Kisangani. De ertsverwerkende industrie is het belangrijkst. Deze sector heeft echter ernstig te lijden gehad van de interne en externe politieke en economische ontwikkelingen. Producten van de metaalindustrie zijn o.m. staven, kabels, buizen, gereedschappen, huishoudelijke artikelen, meubelen en vervoermiddelen. Er zijn assemblagebedrijven voor o.a. radio's, televisies en vervoermiddelen. De chemische industrie is van toenemende betekenis. Producten zijn o.m. zwavelzuur, explosieven, zeep, plastic, verf, cosmetica, farmaceutica en insecticiden. De voedingsmiddelenindustrie produceert tarwe- en maïsmeel, plantaardige olie en margarine, cacao, koffie, suiker en dranken. De textielindustrie verwerkt vooral katoen, maar maakt ook synthetische vezels. Verder worden bouwmaterialen geproduceerd en leer en hout bewerkt.
Waterkracht is verreweg de belangrijkste bron voor de opwekking van elektriciteit; de Congorivier bezit naar schatting 13% van het wereldpotentieel. Tot nu toe werd slechts een klein deel benut. De belangrijkste centrales bevinden zich in de provincie Shaba en bij Kinshasa. Om te kunnen voldoen aan de stijgende vraag van Kinshasa en omgeving werkt men reeds geruime tijd aan de bouw van een grote stuwdam in de benedenloop van de Congorivier, het Ingaproject. Deze dam is van groot belang voor de industriële ontwikkeling. De grote buitenlandse schuld is er de oorzaak van dat het project in 1997 nog steeds op voltooiing wacht.
Vanwege zijn rijkdom aan grondstoffen heeft Congo een structureel overschot op de handelsbalans. De export bestaat vooral uit mijnbouwproducten. De uitvoer van agrarische producten neemt in betekenis af. Voornaamste afnemers zijn België, Zuid-Afrika, Verenigde Staten, Duitsland en Italië. Ingevoerd worden chemische producten, ruwe grondstoffen, bouwmaterialen, transportmiddelen, voedsel, aardolie, machines en machineonderdelen. De belangrijkste leveranciers zijn België, Zuid-Afrika, Hongkong en Nigeria.
| 4.7 Economische planning en ontwikkelingssamenwerking |
In 1977 werd voor het eerst een economisch meerjarenplan gelanceerd, het zgn. Mobutuplan. Dit plan is echter nooit gerealiseerd. Meer geld en moeite werden besteed aan het vijfjarenplan dat tussen 1985 en 1990 verwezenlijkt had moeten worden. Doel van dit plan was het verhogen van de economische groei en de vernieuwing van infrastructuur en industrie. Verslechterende economische omstandigheden hielden de realisering van dit plan tegen. December 1997 besloten de donorlanden in Brussel tot de vorming van een trustfonds onder beheer van de Wereldbank. De nieuwe machthebber Kabila besloot tot erkenning van de buitenlandse schuld en verzocht om een spoedige regeling van de schulden.
Centrale Bank is de ‘Banque du Congo’. Er zijn een tiental handelsbanken en een ontwikkelingsbank: de Société Financière de Développement (SOFIDE).
Van groot belang is het spoorwegnet (5138 km), dat als aanvulling op het uitgestrekte waterwegennet werd aangelegd en geëxploiteerd wordt door de Société Nationale de Chemins de Fer Zaïrois (SNCZ). Het wegennet is groot (145 000 km) maar merendeels onverhard (ca. 85%) en in slechte staat. Waterwegen met een (bevaarbare) lengte van 13 700 km vormen de belangrijkste transportroutes. Belangrijkste rivier is de Congorivier, die over ca. 1600 km bevaarbaar is. Matadi, Boma en Banana zijn de grootste havens. Internationale luchthavens zijn er in Kinshasa (Ndjili), Lubumbashi (Luano), Goma, Bukavu en Kisangani. Daarnaast beschikt het land over een groot aantal kleinere luchthavens, die gebruikt worden door de nationale luchtvaartmaatschappij.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.