Zoekweergave xylofoon

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

xylofoon

xylofoon (v. Gr. xulon = hout, phoonè = geluid), verzamelnaam voor houten slaginstrumenten (melodie-instrumenten): staafspelen waarvan de staven tot klinken worden gebracht door ze aan te slaan met slaghamertjes. Het geluid wordt meestal door resonators versterkt. De xylofoon komt in Europa tegenwoordig vnl. voor als ‘tweerijer’, nl. met twee rijen staven, ter wille van de bespeelbaarheid gerangschikt als de toetsen van een piano. De toonomvang varieert van 3y tot 5 octaven (tot c5). De ‘vierrijer’, met vier, van de basis af steeds korter wordende rijen staven, is in onbruik geraakt, evenals de klavierxylofoon met toetsen in plaats van stokken voor het aanslaan. Xylofoons zijn bekend in geheel sub-saharisch Afrika; zie ook marimba), vanwaar zij in de slaventijd door de negerslaven in Midden- en Noord-Amerika werden ingevoerd en verder ontwikkeld. Ook in Oost- en Zuidoost-Azië en Oceanië komt de xylofoon veel voor. In Europa komen xylofoons voor vanaf de 15de eeuw; de klankstaven lagen hier op bundels stro (Strohfiedel, ook wel Hölzernes Gelächter). De speeltechniek van de huidige xylofoon veroorlooft chromatisch en passagespel, (gebroken) akkoorden, trillers, glissandi, tremoli, enz. Samenklanken vereisen het vasthouden van meer stokken in één hand. In de 19de eeuw is de xylofoon, voordien een volksinstrument, in de kunstmuziek en in de jazz opgenomen. Saint-Saëns (Danse macabre, 1875), Mahler, R. Strauss , Strawinsky, Bartók, Hindemith, Kodály, Sjostakovitsj, Orff, Boulez en anderen schreven een of meer xylofoons in composities voor.