Tweede Wereldoorlog
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Tweede Wereldoorlog
4. Na de oorlog

De bestrijding van het nationaal-socialisme na de oorlog vond een hoogtepunt in de berechting van de oorlogsmisdadigers in Neurenberg (zie Neurenbergse processen); de Japanse oorlogsmisdadigers stonden terecht te Tokio. Ondanks de toenemende spanningen tussen de bondgenoten kon met de meeste vijandelijke landen vrede worden gesloten; op 10 februari 1947 te Parijs met Italië en de Europese satellietstaten, op 8 september 1951 te San Francisco met Japan (niet erkend door de Sovjet-Unie). Japan verloor een deel van zijn grondgebied, waaronder de Ryukyu-eilanden en de door de Sovjet-Unie weer opgeëiste Koerilen. Leger en vloot en hun luchtmachten werden bij hervormingen ‘voorgoed’ afgeschaft, vrouwenkiesrecht werd ingevoerd, persvrijheid werd hersteld. De vredesdoeleinden en territoriale wijzigingen waren door de Geallieerden reeds in de loop van de oorlog vastgesteld. Met Oostenrijk werd in 1955 vrede gesloten.

Met Duitsland werd aanvankelijk geen vrede gesloten. Het land werd verdeeld in twee staten: de Bondsrepubliek Duitsland, gevormd door die gebieden die door Amerikaanse, Engelse en Franse troepen waren bezet, en de Duitse Democratische Republiek op door de Sovjet-Unie bezet territorium. Pas op 12 september 1990 werd door de betrokken staten een akkoord gesloten waarbij alle geallieerde voorrechten, met name die in de bezettingszones, werden afgeschaft en de Duitse soevereiniteit volledig werd hersteld; deze soevereiniteit trad op 2 oktober 1990, de dag vóór de eenwording, in werking. In september 1990 werd een Duits-Russisch vriendschapsverdrag gesloten, waarbij – het verenigde – Duitsland de Sovjet-Unie beloofde nimmer meer te zullen aanvallen. In november 1990 werd door Duitsland een vriendschapsverdrag gesloten met Polen, waarbij o.a. de Poolse westgrens (Oder-Neissegrens) definitief werd vastgelegd. In oktober 1991 werd een vriendschapsverdrag gesloten tussen Duitsland en Tsjechoslowakije.

In totaal verloren naar zeer globale schatting 17 miljoen militairen en 20 tot 30 miljoen burgers het leven. De Sovjet-Unie telde de meeste slachtoffers: 10 miljoen militairen en ongeveer even zoveel burgers. De verliezen aan Duitse en Japanse zijde bedroegen drie resp. twee miljoen militairen en aan elke zijde ten minste een half miljoen burgers. In Japanse gevangenschap kwamen enkele tienduizenden niet-Aziatische militairen en een veelvoud aan Aziaten om. In Polen vielen de doden vooral onder de burgerbevolking, ca. 5 miljoen. In China sneuvelden ca. 1,3 miljoen militairen. Italië, Frankrijk, Groot-Brittannië en Joegoslavië telden elk honderdduizenden gesneuvelde militairen en omgekomen burgers. De Amerikanen verloren bijna 300 000 militairen. Een aparte categorie slachtoffers in deze oorlog vormden de joden (zie holocaust). Uiteindelijk werden ca. zes miljoen Europese joden vermoord, met name in door de nationaal-socialisten ingerichte vernietigingskampen (zie ook concentratiekampen).