| Eerste Wereldoorlog | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 5. Pers en propanda |
Het thuisfront was sterk bij de oorlog betrokken vanwege de grote rol van de media. Voor het eerst werd een oorlog volop bij de mensen thuis gebracht. De media werden door de regeringen gebruikt om de oorlog te rechtvaardigen en het moreel van het thuisfront hoog te houden. Behalve dag- en weekbladen bespeelden literatuur, kunst, affiches, kaarten, pamfletten en film de publieke opinie.
| 5.1 Creëren van een vijandbeeld |
Pers en propaganda werden gebruikt om een vijandbeeld te creëren en in stand te houden, bijvoorbeeld via Britse posters waarop de Duitsers als monsters werden afgebeeld en in krantenberichten waarin de vermeende gruweldaden van deze ‘Hunnen’ tegen Belgische kinderen werden beschreven. De krantenlezers in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten werd verteld dat de oorlog een gevolg was van de Duitse minachting voor vrijheid en democratie. In de Duitse kranten werd schande gesproken van de veronderstelde mishandeling van Duitse krijgsgevangenen door Afrikanen in Franse dienst, de ‘Zwarte schande’. Het moreel van het thuisfront werd hoog gehouden door bijvoorbeeld foto’s in de kranten van krijgsgevangen gemaakte vijandelijke soldaten of buitgemaakt oorlogsmaterieel.
| 5.2 Rol van het affiche |
Affiches werden gebruikt om de eigen deelname aan de oorlog te rechtvaardigen, maar ook om mannen aan te sporen in dienst te gaan en burgers op te roepen te doneren ten behoeve van de oorlogsinspanningen. Verder waren er oproepen tot het boycotten van producten uit het land van de vijand.
| 5.3. Censuur |
De militaire censuur was bij de start van de oorlog ingesteld. Deze moest defaitisme aan het thuisfront voorkomen en ervoor zorgen dat de vijand niet kon profiteren van de informatie in de media. In 1916 werd de censuur strenger. Zelfs in de kranten verschenen steeds meer witte plekken, wat er uiteindelijk voor zorgde dat mensen het geloof in de media verloren. De media pasten ook zelfcensuur toe. Duitse en Franse persbureaus noemden met opzet lagere cijfers over de verliezen, zodat de bevolking de moed niet verloor.
De Britse pers had nog de meeste vrijheid. Deze kon ook misstanden aan de kaak stellen. Toen in 1915 een ernstig tekort aan granaten aan het licht kwam, leidde dit tot een politieke crisis in Engeland. Nadat de pers zich ermee had bemoeid, moest de regering een commissie oprichten om de granaatcrisis te bestrijden. Maar ook de relatief vrije Britse pers paste zelfcensuur toe, omdat ze de eigen soldaten wilde steunen.
| 5.4 Rol van de film |
Ook films werden gebruikt als propaganda. Het thuisfront kon in de bioscoop zien hoe het er aan het front toeging, maar kreeg allerminst een realistisch beeld voorgeschoteld. Je kreeg het leven in de loopgraven te zien, maar de echte verschrikkingen van de oorlog werden niet in beeld gebracht. Er waren wel nagespeelde gevechtsscènes, maar het gebruik van gifgas mocht bijvoorbeeld niet worden vertoond.