Toen de Amerikaanse republiek tot stand was gekomen (1783), ontstond de behoefte aan een hoofdstad die niet beheerst zou worden door een van de staten, maar waar het federale gezag eigen jurisdictie kon uitoefenen. Twee plaatsen, één in het noorden bij Trenton in New Jersey en één in het zuiden bij Georgetown aan de Potomac, leken het geschiktst. Uiteindelijk werd de zuidelijke plaats gekozen. Een aantal zuiderlingen beloofde nl. voor de voor het noorden gunstige maatregelen van de minister van Financiën, Alexander Hamilton, te stemmen als van hun kant de noorderlingen akkoord gingen met deze plaats voor de hoofdstad. Aldus werd in 1790 besloten. John Adams was in 1800 de eerste president die in de nieuwe hoofdstad kwam wonen, Jefferson in 1801 de eerste die er geïnaugureerd werd. In 1814 werd de stad door de Britten bezet en alle openbare gebouwen werden verbrand, w.o. het Witte Huis (onder leiding van Hoban zelf weer herbouwd; gereed 1817). De stad, centrum van het Amerikaanse politieke leven, was sedert ca. 1965 een aantal malen het toneel van massale rellen en protestdemonstraties, o.m. tegen het regeringsbeleid inzake Vietnam.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.