Gemeenschappen en culturen die met elkaar in contact staan, zijn vaak geneigd elkaars volksmuziek in incidentele gevallen over te nemen. Dit kan het geval zijn bij melodie-overname (al dan niet met wijzigingen) en instrumenten. Zo wordt de doedelzak thans nog steeds gespeeld in o.a. geheel Oost- en Zuid-Europa, en in West-Europa bovendien nog in Frankrijk en op de Britse eilanden. Andere typisch Europese volksmuziekinstrumenten zijn de draailier, de getokkelde bordciter (noordse balk), de lange houten trompetten (midwinterhoorn, alpenhoorn, buccina [Roemenië], enz.). In culturen waarin volksmuziek en kunstmuziek naast elkaar bestaan, komen de volksmuziekinstrumenten zelden voor in de kunstmuziek. Het Indische subcontinent is een duidelijk voorbeeld van de divergentie tussen beide muziekgenres: India kent talloze tromtypen die uitsluitend in de volksmuziek worden gebruikt (zie Indiase muziek). Hetzelfde is in Indonesië het geval: de Javaanse hofmuziek bij uitstek is de ‘kunstige’ gamelan, terwijl in de kampongs geheel andere instrumenten in gebruik zijn, zoals hobo's, tokkelluiten en de schudbamboes (angklung).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.