| Verenigde Staten van Amerika | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| Introductie |
Verenigde Staten van Amerika (officieel: United States of America, vaak afgekort tot USA of US (VS); ook vaak kortweg Amerika genoemd), federale republiek in Noord-Amerika, omvattend het District of Columbia en 50 staten, waarvan 49 op het vasteland van Noord-Amerika en één (Hawaï) in de Grote Oceaan, 9 826 630 vierkante kilometer (2000 reëel), met 301 139 950 inwoners (2007 schatting); 33 personen per vierkante kilometer (2007 schatting). De hoofdstad is Washington D.C.
Munteenheid van de Verenigde Staten is de Amerikaanse dollar (US $), onderverdeeld in 100 cents. Nationale feestdag is 4 juli, Onafhankelijkheidsdag (Independence Day, 1776). De internetlandcode (TLD) is us.
De Verenigde Staten van Amerika zijn een federatie van 50 staten met een hoge mate van autonomie. Ook lokale overheden hebben ruime bevoegdheden. Het Congres is de federale volksvertegenwoordiging. Het bestaat uit de Senaat, met twee senatoren voor elke staat, en het Huis van Afgevaardigden, met 435 leden, die elk een district vertegenwoordigen. De Verenigde Staten zijn rijk aan bodemschatten en beschikken over een hoogontwikkelde economie. Het land heeft een liberale sociaaleconomische traditie, waarin de rol van de overheid relatief bescheiden is. De bevolking bestaat voornamelijk uit nakomelingen van immigranten.
De staten van de Verenigde Staten zijn: Alabama, Alaska, Arizona, Arkansas, Californië, Colorado, Connecticut, Delaware, Florida, Georgia, Hawaii, Idaho, Illinois, Indiana, Iowa, Kansas, Kentucky, Louisiana, Maine, Maryland, Massachusetts, Michigan, Minnesota, Mississippi, Missouri, Montana, Nebraska, Nevada, New Hampshire, New Jersey, New Mexico, New York, North Carolina, North Dakota, Ohio, Oklahoma, Oregon, Pennsylvania, Rhode Island, South Carolina, South Dakota, Tennessee, Texas, Utah, Vermont, Virginia, Washington, West Virginia, Wisconsin, Wyoming.
Onder jurisdictie van de Verenigde Staten vallen: de Commonwealth of Puerto Rico (Porto Rico), de Virgin Islands, Guam, Amerikaans Samoa, een aantal kleine, deels onbewoonde eilandjes in de Grote Oceaan, het Trust Territory of the Pacific Islands en de Commonwealth of the Northern Marianas (zie Marianen), in totaal ca. 11 155 km2.
Zie voor landschap, klimaat en natuur Noord-Amerika.
| 1. Bevolking |
| 1.1 Samenstelling |
De huidige bevolking omvat een – zowel naar ras als naar land van herkomst – grote verscheidenheid van groepen. De Amerikaanse samenleving is een pluriforme samenleving. Sedert het einde van de jaren zestig kwam een massale immigratie uit Latijns-Amerika, Azië en Afrika op gang, terwijl in dezelfde periode de immigratie uit Europa afnam. Het aandeel van etnische minderheden in de totale bevolking is daardoor sterk gestegen.
De oorspronkelijke bewoners, de Indianen, maken minder dan 1% van de bevolking uit. Hun aantal is echter in de 20ste eeuw toegenomen door een hoog geboortecijfer. Een deel van hen woont in door de overheid gestichte reservaten, overwegend in de westelijke staten. In 1924 kregen de Indianen het volledige Amerikaanse staatsburgerschap, terwijl de Indian Reorganization Act van 1934 de in stamverband levende Indianen de mogelijkheid tot een hoge mate van zelfbestuur gaf.
Na de ontdekking van het land door de Europeanen vestigden zich al spoedig kolonisten, vnl. Spanjaarden, aanvankelijk op bescheiden schaal in het zuidoosten. Deze kolonisatie werd voortgezet door de vestiging in de 17de eeuw aan de oostkust van vnl. Engelsen, Schotten en in mindere mate Nederlanders en Duitsers. Zij zorgden ervoor dat de koloniale samenleving een protestants-puriteins karakter kreeg, wat het ook lange tijd heeft behouden. (In 1790 bestond de blanke bevolking voor ca. 89% uit Engelsen en Schotten, voor ca. 5% uit Duitsers, voor ca. 2,5% uit Nederlanders en 1% uit Ieren.) Vanuit de oostkust drongen zij langzaam op naar het midden en westen, daarbij de zgn. frontier vormend. In de 17de en 18de eeuw ontstonden Franse nederzettingen in het Mississippidal.
In de 19de eeuw zou het bevolkingsaantal een spectaculaire groei te zien geven. Telde het grondgebied in 1800 nog ca. vijf miljoen inwoners, aan het eind van de eeuw bood het plaats aan ruim 75 miljoen mensen, die wat hun etnische achtergrond betrof, een aanzienlijk gevarieerder beeld opleverden dan de oude koloniale samenleving. Deze bevolkingsaanwas was vnl. het gevolg van massale immigratie uit Europa, die zich voordeed in enkele ‘golven’. Bij de eerste golf, die omstreeks 1830 begon, kwamen nog vnl. Britten, Duitsers, Scandinaviërs, Ieren en Nederlanders. Zij assimileerden zich snel aan de bestaande samenleving, waarmee zij in vele opzichten nauw verwant waren. Hun afstammelingen, tezamen met die van de eerste groep kolonisten, zijn nog steeds de in vele opzichten toonaangevende groep die wel als WASP (White Anglo Saxon Protestants) wordt aangeduid.
Anders verging het de immigranten van de tweede golf die na de Burgeroorlog op gang kwam. Deze omvatte vnl. inwoners van Oost- en Zuidoost-Europa (Polen, Russen, Tsjechen, Hongaren, Italianen, Oekraïners, enz.). Zij waren afkomstig uit verarmde streken, ongeschoold en hadden daardoor een grote achterstand in een land dat in de tweede helft van de 19de eeuw al grotendeels geïndustrialiseerd was. Zij concentreerden zich vaak in de grote steden en vormden daar gesloten groepen, die bleven vasthouden aan hun eigen taal en gewoonten, terwijl ze in economisch en sociaal opzicht achterbleven. Vermenging met andere groepen vond aanvankelijk vrijwel niet plaats. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam de economische en sociale emancipatie van deze, wel als ‘ethnics’ aangeduide, groep op gang, maar velen blijven vasthouden aan hun gewoonten of de religie van hun land van herkomst.
Een aanzienlijke immigrantengroep, die echter niet uit eigen vrije wil kwam, vormden de vanaf de 17de tot in de 19de eeuw het land binnengevoerde slaven, afkomstig uit Afrika, die vnl. in het zuidoosten op plantages te werk gesteld werden. De zwarten, nu vaak Afro-Amerikanen genoemd bleven ook na de afschaffing van de slavernij in 1863 een in vele opzichten achtergestelde groepering. Als gevolg van de mechanisatie van de landbouw moesten velen naar een andere bron van inkomsten uitzien en naar schatting vijf miljoen zwarten trokken tussen 1940 en 1970 naar het noorden, waar in de grote steden, aanvankelijk werk genoeg was. Na 1960 verdwenen echter veel laaggeschoolde banen en nam de werkloosheid onder de zwarten toe. Daar tegelijkertijd blanken massaal naar nieuwe suburbs verhuisden, veranderden veel oude stadswijken in zwarte getto’s.
Een bevolkingsgroep die al generaties op het grondgebied woont maar de laatste decennia snel groeit wordt gevormd door de Spaanstalige Amerikanen (Hispanics): Mexicaanse Amerikanen, Portoricanen, Cubanen en kleinere groepen zoals Haïtianen. Vooral in het zuiden van Californië, Arizona en Texas wordt veel Spaans gesproken en neemt hun politieke invloed toe. In de Verenigde Staten verblijven miljoenen Mexicanen. Zo'n 30 procent van alle immigranten die in de Verenigde Staten wonen, komt uit Mexico. Van hen heeft een groot deel geen identiteitsdocument. Deze illegale immigranten integreren nauwelijks in de Amerikaanse samenleving. Door segregatie ontstaan Mexicaanse wijken.
Een veel minder op de voorgrond tredende groep van naar schatting 6 miljoen vormen de Amerikanen van Aziatische afkomst, vnl. Japanners, Chinezen, Filippinos, Vietnamezen en Koreanen.
| 1.2 Immigratie |
Oorspronkelijk gold het principe van vrije immigratie voor iedereen, ongeacht huidskleur of nationaliteit; na de Eerste Wereldoorlog werden jaarlijkse quota per land vastgesteld van toe te laten immigranten, aanvankelijk alleen voor landen van het oostelijk halfrond, sedert 1968 ook voor landen van het westelijk halfrond. Na 1980 werd overgegaan op een algeheel immigratieplafond van aanvankelijk 320 000, inclusief 50 000 politieke vluchtelingen. In feite nam de (legale) immigratie vanaf 1950 gestaag toe, en overtrof het totaal in de jaren 1990 met 10 miljoen immigranten de immigratiegolven van de eerste decennia van de twintigste eeuw.
Naast de legale immigranten vestigen zich jaarlijks naar schatting 800 000 mensen illegaal in de Verenigde Staten, vooral uit Mexico en Midden-Amerika. Velen van hen krijgen na verloop van tijd via een selectief pardon alsnog een verblijfsvergunning. De van 1986 bracht een zeer omvangrijke amnestie voor illegalen. Tegelijk werd een strengere grenscontrole doorgevoerd en een strenger beleid gevolgd ten aanzien van werkgevers die illegalen in dienst namen. Toch bleven de VS niet gevrijwaard van illegalen. Hun aantal is in de jaren daarna weer flink toegenomen. Het werkelijke aantal illegalen zou liggen in de buurt van de 11 miljoen. Jaarlijks worden bij de grens tussen de VS en Mexico 1,5 miljoen illegalen gearresteerd. Er lijken dan ook andere argumenten in het spel te zijn: zonder illegalen kunnen bepaalde sectoren in de economie niet renderen. De landbouwsector in de VS zou ernstig in de problemen komen wanneer de Mexicanen het land worden uitgezet en hetzelfde geldt voor andere sectoren die steunen op laaggeschoolde arbeid.
| 1.3 Spreiding en ontwikkeling |
De bevolkingsspreiding is uiterst ongelijk. Alaska en de droge gebieden in het westen hebben een bevolkingsdichtheid van minder dan 10 inw. per km2, terwijl het oosten, de gebieden om de Grote Meren en delen van Texas en Californië een zeer hoge bevolkingsdichtheid hebben. De aantrekkingskracht van de staten in het zuiden (de sunshine belt) ligt in het klimaat (veel gepensioneerden vestigden zich er) en in de economische opbloei die deze staten in de jaren zeventig en tachtig kenden (vestiging van technisch zeer geavanceerde bedrijven).
Ca. 80% van de bevolking woont in een stedelijk gebied (d.w.z. een plaats van 2500 inw. of meer). Californië en sommige noordoostelijke staten hebben de grootste verstedelijking. Relatief het minst verstedelijkt zijn de zuidelijke staten.
De al jaren bestaande opschuiving van het bevolkingszwaartepunt (center of population) van oost naar west heeft zich in de jaren tachtig en negentig voortgezet.
De gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei ligt met rond 1% beduidend hoger dan in West-Europa.
| 1.4 Taal |
Het overgrote deel van de bevolking heeft het Engels (zie Amerikaans Engels) als moedertaal, maar er worden diverse andere, Europese en niet-Europese, talen gesproken. In de grote steden treft men groeperingen aan die vaak vele generaties lang de taal van herkomst hebben behouden (vaak ook hebben zij een krant in de eigen taal). In gedeelten van Louisiana wordt een Frans dialect gesproken en sommige Frans-Canadezen in New England hebben eveneens de taal van hun buren in Canada behouden. Veel Hispanics, vooral in het Zuid-Westen ern New York City, spreken Spaans maar zij gaven geen steun aan een voorstel in Californië om het onderwijs tweetalig te maken.. De Eskimo's in Alaska hebben hun eigen taal; op Hawaii wordt nog een Polynesische taal gesproken.
| 1.5 Religie |
Na de Vrijheidsoorlog werd de godsdienstvrijheid in de grondwet opgenomen en een volledige scheiding van kerk en staat doorgevoerd (1791). Ca. 30% van de bevolking is protestant. Het protestantisme is sterk gepolariseerd met als extremen fundamentalisme en liberalisme (vrijzinnigheid). Er is een grote verscheidenheid van christelijke denominaties (meer dan 250 kerken, geloofsgemeenschappen en religieuze groeperingen), deels ontstaan door immigratie en sociale verschillen, deels door activiteiten van predikers, waardoor verschillende opwekkingsbewegingen ontstonden. Anders dan in Europa, is in de Verenigde Staten het lidmaatschap van kerken sinds de Tweede Wereldoorlog toegenomen. De voornaamste kerktypen zijn: baptisten, methodisten, lutheranen, pinkstergemeenten, Heiligen der laatste dagen, presbyterianen en hervormden, anglicanen (episcopaalse kerk) en churches of Christ. Tot de kleinere kerkgenootschappen behoren o.a. de (zevendedag)adventisten, Christian Science, Broederenkerk, Jehova's getuigen, quakers, Leger des Heils, unitarische kerken. In de jaren zeventig kwamen verschillende anti-institutionele bewegingen als Youth for Christ en Jesus people sterk in de belangstelling; sinds de jaren tachtig worden kerken van soms uiterst fundamentalistische signatuur geëvangeliseerd via de televisie (de electronic church). Tot de Rooms-Katholieke Kerk behoort ca. een kwart van de bevolking; de aanhang neemt toe dank zij de groei van de Hispanic bevolking. Er zijn 32 aartsbisdommen met in totaal 138 bisdommen. Ca. 2,6% van de bevolking is joods. Naast de groepering van de orthodoxe joden kent de joodse gemeenschap van de Verenigde Staten twee van het traditionele orthodoxe jodendom afwijkende richtingen nl. die van het reformjodendom en die van het conservative judaism. Boeddhisten, islamieten en hindoes vormen kleine minderheden.