Zoekweergave twaalftoontechniek

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

twaalftoontechniek

twaalftoontechniek of dodecafonie (v. Gr. doodeka = twaalf, phoonè = geluid, stem), compositietechniek die berust op de toepassing van een uit alle twaalf chromatische tonen bestaande reeks. De volgorde van de tonen wordt door de componist vastgelegd. De twaalftoontechniek vindt haar oorsprong in de expressionistische ‘atonale’ muziek, die de wetten van de tonaliteit had afgeschaft, maar nog niet tot een nieuwe structurele orde was gekomen. Verschillende componisten beweren de twaalftoontechniek gevonden of voor het eerst toegepast te hebben (o.a. Jef Golyscheff in 1914, Josef Matthias Hauer in 1919, Herbert Eimert in 1923), maar het is de historische verdienste van Arnold Schönberg en zijn Weense School (A. Webern, A. Berg, H. Eisler e.a.), dat zij deze techniek niet alleen abstract geformuleerd en gesystematiseerd hebben, maar haar tot basis van de ontwikkeling van een belangrijke stroming binnen de 20ste-eeuwse muziek maakten. Alhoewel de organisatie en de toepassing van het toonmateriaal in de twaalftoontechniek volgens stringente regels geschieden, heeft de ontwikkeling van deze techniek geen met de tonaliteit vergelijkbaar omvattend muzikaal systeem voortgebracht waarin de idiomatische en de rationele kant van de muziek tot een synthese gekomen zijn. Waar traditionele muzikale vormen door middel van de twaalftoontechniek gerealiseerd worden, ontstaat daarom ook een niet op te lossen tegenstelling tussen vorm en inhoud, een fenomeen dat Schönbergs leerling Eisler heeft onderzocht. De eerste systematische theoretische aanpak van de nieuwe techniek leverde Ernst Kenek (1940–1943); het tot nu toe grondigste onderzoek naar de wiskundige implicaties van de reeksentechniek is afkomstig van Herbert Eimert (1964). Na de Tweede Wereldoorlog bleek de twaalftoontechniek de enige van de 20ste-eeuwse compositietechnieken te zijn die een sterke invloed uitoefende op de jonge componistengeneratie. Vanaf 1950 werd de twaalftoontechniek, die in het werk van Anton Webern al in sterke mate gesystematiseerd was, verder ontwikkeld tot de seriële muziek (Goeyvaerts, Boulez, Stockhausen e.a.).