| Zoekweergave | toonladder | Terug |
toonladder, een trapsgewijze volgorde van tonen, waarvan het aantal en de afstand in verschillende tijdperken en culturen verschillend zijn. De vorming van de toonladder is afhankelijk van het aantal in een toonsysteem ter beschikking staande tonen, alsmede van de uit de vocale tradities of de structuur van de instrumenten voortkomende intervalafstanden tussen de afzonderlijke tonen (zie ook stemming). In het algemeen worden toonladders beschouwd als het basismateriaal van de verschillende muzikale systemen.
De in Europa uit de Griekse toonsystemen ontstane toonladders heten kerktoonladders (zie kerktoonsoorten). Hun Griekse benamingen stemmen echter niet overeen met de Griekse toonsoorten die dezelfde naam hebben. Sinds het ontstaan van de tonale muziek (ca. 1600, zie tonaliteit) werden deze gesystematiseerd en ontwikkeld tot twee hoofdvormen: de diatonische grote-tertstoonladders, bijv.: C–D–E–F–G–A–B–C (zie diatoniek; grote-tertstoonsoort), en de kleine-tertstoonladders, bijv.: c–d–es–f–g–as–bes–c (zie kleine-tertstoonsoort). Uit de twaalf halve tonen (voor de intervalverhoudingen (zie interval) waaruit de toonladders worden opgebouwd, zijn ook o.a. te vormen: chromatische (zie chromatiek), hele-toons- of hexatonisch-anhemitonische (opgebouwd uit louter hele afstanden) en octotonische (bestaande uit afwisselend hele en halve tonen) toonladders.