Zoekweergave toneelmuziek

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

toneelmuziek

toneelmuziek, alle muziek geschreven bij toneelstukken, om uitgevoerd te worden ter opening van een stuk of als entr’acte-muziek, als sfeerbepaling of ter illustratie van de gebeurtenissen op het toneel. Men kan in de toneelmuziek twee verschillende soorten onderscheiden: a. de door de schrijver of dichter zelf aangegeven incidentele muziek; bijv. de desbetreffende aanduidingen bij Shakespeare (m.n. Driekoningenavond en De storm) en b. muziek ter ondersteuning van de handeling en eventueel als psychologische typering. De bloeitijd van dit laatste type toneelmuziek valt vnl. in de 19de eeuw. De geschiedenis van de toneelmuziek valt in oudheid en middeleeuwen, toen tussen toneel en muziek nog geen duidelijke afscheiding bestond, samen met de geschiedenis van de verschillende muziek- en theatervormen. Tijdens de renaissance en vooral in het Elizabethaanse toneel werd de rol van de muziek bij toneelopvoeringen groot. De dichters Francis Beaumont en John Fletcher formuleerden een esthetiek voor de toneelmuziek: fanfares bij vorstelijke intochten en veldslagen; hobo's bij herbergtaferelen, luiten bij lyrische scènes, fluiten bij liefdesscènes, strijkinstrumenten voor de entr’acte-muziek. De gehele 17de en 18de eeuw door bleef de toneelmuziek een belangrijk element vormen bij opvoeringen. De uitvoering geschiedde op het toneel; soms, bij grotere ensembles, ervóór. Een nieuwe periode in voor de toneelmuziek, wat inhoud betreft vooral psychologisch gericht, was de 19de eeuw. Tot de bekendste toneelmuziekcomposities uit deze eeuw, die ook als concertstuk worden uitgevoerd, behoren: Egmont (1810) van L. van Beethoven, Rosamunde (1823) van F. Schubert, A midsummernight's dream (1841) van Mendelssohn-Bartholdy, en Peer Gynt (1888) van E. Grieg. In de 20ste eeuw werden toneelopvoeringen met medewerking van een groot orkest zeldzamer. De weergave van de toneelmuziek, die in deze eeuw vooral een functionele betekenis heeft gekregen, geschiedt thans veelal door middel van tevoren opgenomen geluidsbanden.