Stalin, Josif Vissarionovitsj
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Stalin, Josif Vissarionovitsj
3. Partijleider

In maart 1919 werd Stalin een van de vijf leden van het pas opgerichte Politburo, het dagelijkse bestuur van de partij. Drie jaar later, op het 11de partijcongres (april 1922) volgde zijn benoeming tot secretaris-generaal van de partij.

Lenin wilde dat Stalin in de gelederen van de bolsjeviki met harde hand de discipline zou herstellen. Stalin benutte echter de sleutelpositie van secretaris-generaal vooral om zijn eigen invloed in de partij te versterken. Nog vóór Lenins dood (januari 1924) had Stalin met Zinovjev en Kamenev een triumviraat (trojka) gevormd, dat in de eerste plaats wilde verhinderen dat de dwarsligger Trotski aan de macht zou komen.

Na 1924 werd Stalin de machtigste man in de Sovjet-Unie. In de strijd om de oriëntatie van de communistische beweging in de jaren twintig nam Stalin resoluut stelling tegen de wereldrevolutionair-utopistische conceptie van Trotski, door de these van het socialisme in één land te verkondigen (1925). Hierdoor raakten ook Zinovjev en Kamenev van Stalin vervreemd. Na hun nederlaag op het door Stalin gemanipuleerde 14de partijcongres verenigden zij zich met de inmiddels al van alle macht beroofde Trotski in de zgn. verenigde linkse oppositie, die Stalin echter met hulp van de rechterpartijvleugel onder leiding van Boecharin binnen twee jaar tot zwijgen wist te brengen.

Bij de viering van de tiende verjaardag van het sovjetbewind in 1927 trad Stalin reeds als de algemeen erkende partijleider op. Zijn beslissing de Sovjet-Unie in versneld tempo te industrialiseren en de landbouw te collectiviseren – twee doelstellingen waarvoor juist zijn verslagen linkse tegenstanders jarenlang hadden gepleit – vervreemdde hem in 1928 van de rechtervleugel (Boecharin, Rykov, Tomski), die de gematigde koers wilde voortzetten. Stap voor stap werden vervolgens de rechtse politici, die geen openlijke oppositie aandurfden, uitgeschakeld, totdat zij, gedwongen, in een vernederende zelfkritiek hun ongelijk bekenden.

De wijze waarop Stalin in het begin van de jaren dertig de herstructurering van de economie doordreef, heeft miljoenen mensenlevens gekost en het land tijdelijk op de rand van een catastrofe gebracht. De politieterreur werd stelselmatig opgevoerd en de (officieel opgedrongen) persoonsverheerlijking van Stalin nam een aanvang. Niettegenstaande deze omstandigheden kwam het in zijn omgeving tot bedenkelijke crises (zelfmoord van zijn tweede vrouw, N. Alliloejeva, samenzweringen van Syrtsov, Lominadze en Rioetin).