| Zoekweergave | Spohr, Louis | Terug |
Spohr, Louis, eigenlijk Ludwig (Braunschweig 5 april 1784 – Kassel 22 okt. 1859), Duits violist, vioolpedagoog, dirigent en componist, studeerde o.a. bij de violist Franz Eck, maakte in 1804/1805 zijn eerste concertreis als vioolvirtuoos, werd in 1805 concertmeester te Gotha, was van 1813 tot 1815 dirigent van het Theater an der Wien te Wenen, van 1817 tot 1819 van het Stadttheater te Frankfurt a.M. en werd in 1822 Hofkapellmeister, later Generalmusikdirektor in Kassel (tot 1857). Hij werd tijdens zijn leven als de grootste violist na Paganini beschouwd, vooral om zijn adagiospel bewonderd, en ontving vele onderscheidingen, o.a. een eredoctoraat te Marburg. Ook als dirigent (hij was een van de eersten die de dirigeerstok gebruikten) en als componist was hij een beroemdheid. Van zijn omvangrijk oeuvre wordt thans vnl. nog het studiemateriaal (Violinschule, 1830–1831) gespeeld. Spohr, een groot bewonderaar van Wolfgang Amadeus Mozart, hield vast aan de traditionele klassieke vormen. Daarnaast was hij een vroege vertegenwoordiger van de Duitse romantiek met neiging tot sentimentaliteit. Zijn opera's, waarin hij experimenteerde met de Leitmotiv-techniek en het doorbreken van de gesloten vormen, zijn voor de ontwikkeling van het genre van belang geweest. Zijn opera Faust (naar het Duitse volksboek; 1816 in première o.l.v. C.M. von Weber te Praag) geldt met E.Th.A. Hoffmanns Undine als de eerste romantische Duitse opera. In 1921 werd in Kassel een Spohr-Museum gesticht, in 1954 aldaar een Spohr-Gesellschaft.
WERK: (behalve de genoemde): Orkest: 9 symf., o.a. VI in g, op. 116 (Historical symphony); concertouv.; 15 vioolconc.; 4 klarinetconc.; andere concertante wrk.; Notturno (v. harmonieork.). – Kamermuziek: nonet op. 31 v. strijkers en blazers; octet op. 32, id.; septet op. 142, id.; 7 strijkkwintetten; 3 pianokwintetten; 4 dubbelkwartetten; 34 strijkkwartetten; 4 pianotrio's; harptrio; duetten en solowrk. v. versch. instr. – 10 opera's: Der Zweikampf mit der Geliebten (1811); Zemire und Azor (1819); Jessonda (1823); Der Berggeist (1825); Kreuzfahrer (1845). – Oratorium: Das jüngste Gericht (1812); Die letzten Dinge (1826); Des Heilands letzte Stunden (1835); Der Fall Babylons (1840). – Voorts: toneelmuziek; Das befreite Deutschland (dram. cantate); koorwrk.; concertaria's; ruim 100 liederen. – Geschrift: Selbstbiographie (2 dln., 1860–1861; nw. uitg. 1954).