slavernij
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
slavernij
2. Middeleeuwen

Bepalend voor de positie van de slaven in de vroege middeleeuwen waren het besluit van de Romeinse keizer Valentinianus II in 377, dat de verkoop van slaven, los van de door hen bewerkte grond, verbood, en de aanbevelingen van paus Gregorius de Grote (ca. 600), die tot algemene vrijlating strekten. Andere vormen van afhankelijkheid deden echter hun intrede (zie feodaliteit). Omstreeks 800 kende Verdun nog een bloeiende ‘internationale’ slavenmarkt, maar van 900 tot 1300 nam het aantal slaven in Europa af. Met name is de toevoer van Engelse en Slavische slaven in de loop van de 11de eeuw verdwenen. Vanaf de 14de eeuw werd het grote slavenreservoir Afrika geëxploiteerd. Aan de noordoostzijde traden Arabieren als slavenhalers en -handelaars op en, vanaf de 15de eeuw, aan de westkust Portugezen. Met de rijkdom van de steden nam de vraag naar huisslaven toe. De landarbeid, die het in Zuid-Europa nooit geheel zonder slaven had kunnen stellen, kreeg vooral in Portugal weer in versterkte mate het karakter van slavenarbeid. Veel slaven werden ook gewonnen doordat de slavernij als straf voor misdaad en ongeloof werd opgelegd. Venetië was gedurende eeuwen een belangrijke slavenmarkt.