Zoekweergave Skrjabin, Alexander Nikolajevitsj

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Skrjabin, Alexander Nikolajevitsj

Skrjabin, Alexander Nikolajevitsj, ook Skriabin of Scriabin (Moskou 10 jan. 1872 – aldaar 27 april 1915), Russisch componist en pianist, studeerde (1888–1892) aan het Moskouse conservatorium bij o.a. Tanejev (compositie) en bij Arenski en Safonov (piano) en gaf er van 1898 tot 1903 zelf pianoles. Als pianist, vnl. van eigen werk, maakte hij uitgebreide tournees. Als componist begon Skrjabin onder sterke invloed van Chopin en Liszt– tot ongeveer opus 30 (1903) –, maar, nadat hij werk van Wagner, Richard Strauss, Debussy en Ravel had leren kennen, ontwikkelde hij een eigen klankentaal, gebaseerd op een complexe, zwevende harmonie, extreme chromatiek, pointillistisch gebruikte motieffragmenten en, naderhand, vrije vormen. Een door het werk van Wagner geïnspireerd geloof in een romantisch-mystieke taak van de kunst leidde hem, in combinatie met zijn theosofische oriëntatie, tot een poging alle kunsten tot een pantheïstische synthese te verenigen. In het symfonisch gedicht Prométhée (1908–1910; voor koor, orkest, piano en orgel) gebruikte hij een kleurenklavier, dat bij bepaalde akkoorden kleurencombinaties op een scherm projecteerde.

WERK: (behalve het genoemde): Orkest: pianoconc. (1896); Rêverie (1898); 3 symf. (1899–1900, m. slotkoor; 1901; 1902–1904, ‘Le divin poème’); Le poème de l'extase (1905–1908). – Piano: 10 sonates (1892–1913); préludes; poèmes; mazurkas; études; impromptus; nocturnes; albumbladen. – Voorts: fragmenten van een onvoltooid mysteriespel (Mysterium).