Shakespeare, William
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Shakespeare, William
1. Leven

Zijn vader, John Shakespeare, was waarschijnlijk rooms-katholiek en vrijwel zeker analfabeet. Hij was een zakentalent: hij klom op van eenvoudig agrariër via handschoenmaker en huidenkoper tot raadslid en burgemeester van Stratford. Zijn moeder, Mary Arden, was dochter van een landeigenaar met veel aanzien.

Hoewel toneelstukken in die tijd niet gezien werden als serieuze literatuur en toneelschrijvers (in tegenstelling tot toneelspelers) nauwelijks bekendheid genoten, is over Shakespeares leven relatief veel bekend. Volgens één van zijn vrienden, de geleerde collega Ben Jonson, beheerste Shakespeare wat Latijn en Grieks. Bovendien blijkt uit de brede kennis van de anglicaans-humanistische oudheid die uit zijn werk spreekt, dat Shakespeare een klassieke vorming had.

1.1 Huwelijk met Anne Hathaway

Op 25 november 1582 trouwde Shakespeare met Anne Hathaway, de dochter van een herenboer. Zes maanden later werd hun dochter Susanna geboren en in 1585 de tweeling Hamnet en Judith. Over de periode daarna zijn geen biografische gegevens bekend, tot aan een dagboeknotitie van de Londense bordeel- en schouwburgeigenaar Henslowe over een opvoering van Henry VI in maart 1592.

1.2. Kennismaking met de graaf van Southampton

In 1587 nam Richard Field, een stad- en leeftijdgenoot van Shakespeare, in Londen een drukkersbedrijf over. Dit bedrijf had de functie van een soort intellectuele vakbeurs, die werd bezocht door geleerden en edelen die geïnteresseerd waren in kunst en wetenschap. Hier heeft Shakespeare waarschijnlijk zijn latere patroon ontmoet: Henry Wriothesley, graaf van Southampton. Aan hem droeg Shakespeare in 1593 het erotische gedicht Venus and Adonis op, dat bestond uit 1194 versregels. Ook het niet minder erotische Rape of Lucrece (van 1855 regels) uit 1594 droeg Shakespeare aan hem op. Beide uitgaven, die meteen succesvol waren, zijn gedrukt bij Field en als 'eerstelingen' door Shakespeare gesigneerd. De opdracht aan de graaf was in het eerste dichtwerk formeel en onderdanig, maar in het tweede hartelijk en persoonlijk. Dit wijst erop dat Shakespeare dankzij deze imitaties van Marlowes Hero and Leander-bewerking van Ovidius, zijn entree tot de grote wereld had gevonden.

1.3 Eerste toneelstukken

Het driedelige Henry VI is het oudst bekende stuk van Shakespeare als toneelschrijver, maar waarschijnlijk niet het eerste van zijn hand. Samen met het marloweske koningsdrama Richard III, het plautinische blijspel The comedy of errors en de senecaanse tragedie Titus Andronicus hoort het in elk geval bij zijn vroegste werk, hoewel zijn naam pas in 1598 op de titelpagina van het ironische Love's labour's lost verscheen. In datzelfde jaar publiceerde de schrijvende dominee Francis Meeres zijn Palladis Tamia: wit's treasury, waarin de Engelse dichters met de klassieke dichters worden vergeleken. Hierin wordt Shakespeare (als auteur van blijspelen, treurspelen, epische dichtwerken en 'gesuikerde sonnetten voor zijn privérelaties') uitzonderlijk verrijkend voor de Engelse taal genoemd.

1.4 Leven in Londen en Stratford

Als toneelspeler blijkt Shakespeare volgens bepaalde aanwijzingen lid te zijn geweest van de gezelschappen van de graven van Pembroke en Sussex, voordat hij in 1594 toetrad tot de in dat jaar gevormde groep van de Lord Chamberlain's Men onder leiding van toneelspeler Richard Burbage (1567-1619). Met Burbage en met de in die tijd bekende komiek William Kempe was de 30-jarige Shakespeare toen één van de oudste leden en (vervolgens) aandeelhouders van het gezelschap. Deze positie behield hij tot zijn dood. Shakespeares hele oeuvre is voor de Lord Chamberlain's Men geschreven. Bij de troonsbestijging van Jacobus I in 1603 werden de Lord Chamberlain’s Men gepromoveerd tot King’s Men. Dit was een erkenning voor hun prominente positie.

Ook financieel ging het Shakespeare goed. In 1596 verhuisde hij van het noordelijk deel van Londen naar de zuidelijke oever van de Theems, omdat de Lord Chamberlain's Men daar in het nieuwe Swan Theatre speelden. Tussen 1602 en 1604 woonde Shakespeare tijdens het speelseizoen op kamers bij een pruikenmaker, de hugenoot Mountjoy. In 1596 kreeg Shakespeare de oude aanvraag van zijn vader voor de titel van 'gentleman'-met-eigen-wapenschild gehonoreerd door het College of Heralds. In datzelfde jaar stierf zijn zoon Hamnet. In hoeverre de cyclus sonnetten die hij in deze jaren schreef (en die in 1609 ongeautoriseerd verscheen) op biografische werkelijkheid is gebaseerd, is nooit uitgemaakt. Het is wel zeker dat het 'second-best bed' dat hij in zijn testament aan zijn echtgenote naliet, niet gezien moet worden als een teken van ontrouw.

In 1597 kocht Shakespeare een groot huis in Stratford. Juridische stukken over landaankopen wijzen erop dat hij daar regelmatig verbleef. Zijn dochters sloten bovendien in Stratford goede huwelijken.

1.5 Successen als schrijver

In Shakespeares schrijversloopbaan volgde vanaf zijn dertigste jaar het ene succes op het andere. Met name in de eerste twaalf jaar van de 17de eeuw schreef hij zijn grootste werken: As you like it, Twelfth night, Julius Caesar, Hamlet, Othello, Macbeth en King Lear. Al deze werken gingen in première in het Globe Theatre, dat het gezelschap in 1598 vlak bij het Swan Theatre had gebouwd. Verschillende stukken van Shakespeare werden door reizende groepen tot ver in Europa in het Engels opgevoerd.

1.6 Laatste jaren

Toen Shakespeare zich in 1613 in Stratford terugtrok en in 1616 stierf, was hij een rijk en alom gerespecteerd man, die zijn gezin goed verzorgd achterliet. In de parochiekerk werd een borstbeeld (door Gheerart Janssen) van hem geplaatst. Zijn twee collega’s Heming en Condell stelden in 1623 de eerste uitgave (de First Folio) van zijn verzamelde werken samen, met frontispice (versierd titelblad) door Martin Droeshout. Samen met de Works van Ben Jonson was dit een uniek feit in de toneelgeschiedenis. Met de dood van zijn kleinkind Elizabeth in 1670 stierf zijn geslacht uit.