Zoekweergave Scarlatti, Domenico

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Scarlatti, Domenico

Scarlatti, Domenico, voluit: Giuseppe Domenico (Napels 26 okt. 1685 – Madrid 23 juli 1757), Italiaans componist, zoon van Alessandro Scarlatti, werd door zijn vader opgeleid en studeerde wellicht nog bij Fr. Gasparini en B. Pasquini. In 1701 werd hij organist en componist aan de koninklijke kapel te Napels, die door zijn vader werd geleid. Na een kort oponthoud in Florence, waar hij mogelijk in contact kwam met de klavierbouwer B. Cristofori, verbleef hij van 1705 tot 1709 in Venetië, waar hij een muzikale wedstrijd met Händel zou hebben uitgevochten; daarna was hij tot 1719 werkzaam te Rome, van 1719 tot 1728 verbleef hij te Lissabon, als kapelmeester en leraar van de kroonprinses. Toen zij in 1728 de Spaanse kroonprins huwde, volgde Scarlatti haar naar Madrid. Evenals zijn vader heeft Domenico opera's en kerkmuziek gecomponeerd, maar hij ontleent zijn betekenis vooral aan zijn talrijke klaviercomposities, waarvan er ca. 560 zijn bewaard gebleven. Deze ‘sonates’ hebben slechts één deel; hun structuur is gewoonlijk de tweedelige liedvorm, maar binnen deze beperkte vorm toont Scarlatti een onuitputtelijke rijkdom aan vondsten op melodisch, harmonisch, ritmisch en technisch (bijv. overgekruiste handen, de zgn. Scarlatti-greep) gebied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de pianist-pedagogen, van Czerny tot Tausig en von Bülow, voor telkens nieuwe uitgaven van deze Essercizi hebben gezorgd. Scarlatti is met zijn soms gedurfde stemvoeringen en zijn streven naar een frappante welluidendheid tevens een van de eerste koloristen van de klaviermuziek. Op de klaviermuziek van het Iberisch schiereiland heeft hij grote invloed gehad, wat vooral blijkt uit het werk van Antonio Soler.

WERK: (behalve de genoemde): Opera's: Silvia (1710); Tolomeo ed Alessandro (1711); Orlando (1711); Tetide in Sciro (1712); Ifigenia in Aulide (1713); Ifigenia in Tauri (1713); Amor d’un ombra... (1714); Ambleto (1715); Berenice... (1718). – Voorts: kerkmuziek; cantates; serenades.