Rusland
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Rusland
4. Het Moskovische rijk

(1480–1613). Op de door zijn voorgangers gelegde grondslag bouwde nu Ivan III (1462–1505) een groot-Russische eenheidsstaat. Hij lijfde de laatste deelvorstendommen, zoals Tver en Rjazan, in en veroverde Novgorod met zijn uitgestrekte onderhorigheden. In 1480 maakte hij zijn rijk voorgoed van de Tataren onafhankelijk.

De val van het Byzantijnse Rijk in 1453 en het tweede huwelijk van Ivan III met Sofia Palaeologus, nicht van de laatste Byzantijnse keizer, bevorderde de opvatting dat de Russische grootvorst de opvolger was van de Byzantijnse keizer als wereldlijk hoofd van alle orthodoxe gelovigen. Moskou werd het ‘derde Rome’ genoemd. Byzantijns hofceremonieel deed zijn intree in het Kremlin. De titel tsaar (afgeleid van Caesar), incidenteel reeds voor Ivan III in gebruik, werd officieel bij de troonsbestijging van Ivan IV. De vestiging van de autocratie in het Moskovische Rijk ging ten koste van de positie van de bojaren. Dit leidde tot ernstige conflicten, ook onder Ivan III's opvolger, Vasili III, en tot een dramatische strijd onder diens opvolger, Ivan IV de Verschrikkelijke (1533–1584). De instelling van de opritsjnina was direct tegen de bojaren gericht en met behulp van de opritsjniki oefende Ivan jarenlang een verschrikkelijke terreur uit tegen de bojaren. De eerste jaren na zijn kroning tot tsaar (1547) waren echter betrekkelijk rustig en succesrijk: de chanaten Kazan en Astrakan werden veroverd. Ook in westelijke richting streefde Ivan IV naar expansie, maar de oorlog ter verovering van Lijfland, die in 1558 begon, bracht Polen en Zweden tegen Moskou in de strijd – een oorlog die na 24 jaar in een nederlaag voor Ivan eindigde.

De toestand van de boeren werd in de 16de eeuw juridisch en materieel slechter. Het recht tot vruchtgebruik van de grond, dat de boer tot de 16de eeuw nagenoeg onverkort bezat, werd geleidelijk aan beknot ten gunste van de landheren. De boeren trokken in groten getale naar de grensgebieden in de Zuidrussische steppen en aan de Volga, waar zij als kozakken een halfnomadisch leven leidden. Zij kozen hun aanvoerders, atamannen of hetmannen, zelf; het bureaucratisch gezag van de tsaar was niet over hen gevestigd. Uit hun gelederen kwam voort de kozak Jermak, die in dienst van de Stroganovs een begin maakte met de verovering van Siberië.

Tijdens de regering van Ivan IV begon een geregelde handel op Rusland door Engelse en later ook door Nederlandse kooplui. Ivan IV werd opgevolgd door zijn zwakke zoon Fjodor (1584–1598), tijdens wiens regering de macht in handen kwam van Boris Godoenov. Deze toonde zich reeds als regent een bekwame en krachtige figuur, die in een korte oorlog met Zweden het verloren gebied aan de Oostzee herwon. Belangrijk was verder de verheffing van de metropoliet van Moskou tot patriarch (1589). Na de dood van Fjodor werd Boris tot opvolger gekozen.

In de Tijd der Troebelen (1604–1613) traden na elkaar op en speelden door elkaar heen dynastieke strijd, bojarenverzet, sociaal-revolutionaire beweging van onderaf en ten slotte vreemde invloeden. In 1604 begon in feite een burgeroorlog door het optreden van de troonpretendent, de ‘valse Dimitri’, die vanuit Polen een inval deed en zich op Moskovisch gebied wist te handhaven. Na de plotselinge dood van Boris Godoenov (1605) maakte hij zich meester van de troon, doch werd door de bojaren vermoord.

De oproerige bevolkingselementen werden echter weldra weer verzameld door een nieuwe volksleider, die zich ook Dimitri noemde (valse Dimitri II). Van de verwarring profiteerden Zweden en Polen: een deel van de Russen heeft zelfs de zoon van koning Sigismund van Polen, Władisław, tot tsaar gekroond. Zijn regering had echter geen gezag. Na de moord op valse Dimitri II (1610) bleven zijn benden rondzwerven.