Rusland
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Rusland
3. De tijd van de Mongoolse en Tataarse overheersing

(1240–1480). Daniël van Galicië, de laatste grootvorst van Kiëv, had aanvankelijk met westerse hulp getracht de Aziaten het hoofd te bieden, doch Batoe Chan, die het stepperijk van de Gouden Horde had gesticht, bleek sterker te zijn. Na een nieuwe inval in 1259 moest Galicië een zwaar tribuut gaan betalen en zag het van verder verzet af. Fortuinlijker op den duur waren de Litouwers, die geleidelijk alle Russische vorstendommen in het bassin van de Dnepr onder hun gezag wisten te brengen en in 1362 bij Sinyje Vody de Gouden Horde een beslissende nederlaag toebrachten. Het langst en zwaarst hadden de Oost-Russische vorstendommen van de Tataren te lijden. Hun heersers werden zetbazen van de Gouden Horde, die de bevolking zware lasten oplegde en elke poging tot verzet op wrede wijze afstrafte. Alexander Nevski, die in zijn jonge jaren als vorst van Novgorod de Zweden en de Duitsers verslagen had, moest zich als grootvorst van Vladimir (1252–1263) de pijnlijkste vernederingen laten welgevallen. Na zijn dood werd het land onder zijn zoons verdeeld; de jongste van hen, Daniil, werd deelvorst van Moskou. Door een bedachtzaam beleid slaagde reeds Daniil (gest. 1304) erin zijn bezit te verdubbelen en zijn opvolgers maakten van Moskou de kern van een nieuwe Russische staat. De verwerving van de grootvorstelijke waardigheid en van het recht het Tatarentribuut in alle Russische landen te innen, gaven de heersers van Moskou een voorsprong op hun mededingers. Voorts profiteerden zij van de omstandigheid dat de metropolieten van Kiëv sinds 1320 te Moskou zetelden.