| Zoekweergave | Rue, Pierre de la | Terug |
Rue, Pierre de la, ook Peter van Straten of Petrus de Vico genoemd (Doornik ? ca. 1460 – Kortrijk 20 nov. 1518), Zuid-Nederlands componist, was van 1490 tot 1492 vermoedelijk tenor bij de Lieve-Vrouwebroederschap te 's-Hertogenbosch en van 1492 tot 1516 zanger aan het Bourgondische hof. In deze functie verbleef hij veelal te Brussel, doch hij ging ook mee op reis met het hof, o.a. naar Spanje (1501 en 1506). In 1516 trok hij zich terug te Kortrijk, waar hij sinds 1505 een prebende genoot aan de O.-L.-Vrouwkerk. De la Rue is nooit in Italië geweest en misschien is dit de reden waarom hij na Ockeghem de meest uitgesproken vertegenwoordiger (de derde generatie) van de Nederlandse Scholen is geweest. Zijn vnl. geestelijke polyfonie wordt gekenmerkt door constructivisme en radicale harmonische vernieuwingen (Requiem). Hij paste zowel de cantus firmus- en parodietechniek toe als ingewikkelde canons. Zijn werk, dat in drukken van 1501 tot 1594 en in soms prachtig verluchte handschriften bewaard bleef, omvat 31 missen, zeven misdelen, acht magnificats, zes Salve Regina's, ca. 30 motetten en ca. 33 chansons, waaronder Mijn hert altijt heeft verlanghen.
UITG: Motetten en chansons, d. R.J. van Maldeghem, in: Trésor musical (1882–1886 en 1893); Liber Missarum, d. A. Tirabassi (1941), d. A. Smijers, in: Van Ockeghem tot Sweelinck (1949–1956), nrs. 36–38; drie missen, d. J. Robijns, in: Mon. Mus. Belgicae, VIII (1960).