Zoekweergave ritme [muziek]

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

ritme [muziek]

ritme [muziek], de afwisseling van tonen van verschillende lengte (tijdsduur) binnen een gelijkmatig terugkerende maat, en/of de afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde notenwaarden. Het ritme is de opvulling van een metrisch geraamte (zie metrum). Andere kenmerken van het ritme in de muziek zijn o.a. de tijdsafstand tussen de tonen en de teleenheid. Deze elementen worden ook door de toonhoogte, de dynamiek en de klankkleur beïnvloed. Omgekeerd beïnvloedt het ritme de melodie en het tempo. Zoals in de ademhaling de in- en uitademing de hoofdmomenten zijn, kunnen in het muzikale ritme de arsis (‘heffing’) en thesis (‘daling’) als (onafscheidelijke) componenten worden beschouwd. Uit het samengaan van deze componenten, waarvan de arsis als ‘licht’ en de thesis als ‘zwaar’ is, ontstaat de ritmische monade, waaruit een muziekstuk zich via opeenvolgende motieven ontwikkelt (zie motief), waarbij al of niet de behoefte kan ontstaan aan ordening van het ritme binnen een bepaald metrisch schema. In één muziekstuk kunnen ook twee ritmes bestaan: naast het hoofdritme een tegenritme of contraritme.

In de Oud-Griekse muziek was het klinkend ritme het resultaat van bij elkaar opgetelde lange en korte tonen (additief ritme). In de middeleeuwen ontwikkelde zich een systeem dat op eenvoudige onderlinge verhoudingen was gebaseerd. Een teleenheid kon nu in diverse waarden worden onderverdeeld: het divisieve ritme was ontstaan. Geleidelijk aan ontwikkelden in de meerstemmige muziek diverse stemmen in toenemende mate een eigen, zelfstandig ritme, dat echter altijd in relatie bleef staan tot het overkoepelende metrum. Pas in de 20e eeuw werd het ritme zó zelfstandig dat het in sommige composities onafhankelijk van het metrum kan worden gehoord.