Zoekweergave rebab

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

rebab

rebab of rabab, benaming voor verschillende soorten strijkluiten uit de islamitische wereld.

De Arabische rebab was slank, met een peervormig (mandolineachtig) achterblad; hals en klankkast vormden één geheel; de stemschroeven bevonden zich aan de zijkant van een onder een hoek van 90° naar achter gerichte kop of schroevenhouder. Het bovenblad was tweedelig, bovenaan uit hout met kunstig versierde rozetten en onderaan vaak perkament. Het instrument (50–75 cm lang en 10–13 cm breed) had aanvankelijk geen toets of fretten, later alleen een toets. De rebab had twee of vier (tweemaal twee gelijkgestemde) snaren; de stemming varieerde van een overmatige secunde tot een verminderde kwint.

De Egyptische rebab had een trapezevormig corpus, houten zijbladen, perkamenten boven- en onderblad, een houten hals (die tegelijkertijd schroevenkast was) en een metalen voet; de snaren waren vaak van paardenhaar.

In Voor-Indië dragen talrijke instrumenten de naam rebab (of rabôb) met een toevoeging; deze vertonen meer verwantschap met een dikbuikige viool, maar worden zelden gestreken: gewoonlijk gebruikt men een lang houten plectrum. In Indonesië werd het instrument in de 15de eeuw ingevoerd; op Java behoort het tot de belangrijkste instrumenten van de gamelan. Een sierlijke dunne hals, hartvormige klankkast en twee koperen snaren zijn kenmerkend.