Zoekweergave Pousseur, Henri

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Pousseur, Henri

Pousseur, Henri (Malmédy 23 juni 1929), Belgisch componist, studeerde van 1947 tot 1951 aan het conservatorium in Luik en in 1952–1953 bij Pierre Froidebise en André Souris. In zijn studietijd was hij organist en koorleider en voerde hij middeleeuwse en renaissancemuziek uit. Studie van Anton Weberns muziek wekte zijn belangstelling voor de elektronische muziek (Seismogrammes, 1953), waarin hij zich in de studio voor elektronische muziek in Keulen ging bekwamen. Ook werkte hij in de studio voor elektronische muziek in Milaan. In 1958 richtte hij in Brussel de elektronische studio APELAC op. Pousseur, die ook doceerde in Darmstadt, bekleedde van 1966 tot 1968 een leerstoel voor moderne muziek aan de universiteit van Buffalo in de Verenigde Staten. In 1970 richtte hij te Luik met P. Bartholomée en Ph. Boesmans het Centre de Recherches Musicales de Wallonie op en in 1975 werd hij directeur van het conservatorium van deze stad. Hij componeerde aanvankelijk voor traditionele instrumenten, maar later legde hij zich toe op elektronische en concrete muziek (musique concrète). Zijn elektronisch ballet Electre (choreografie van Janine Charat) werd in 1960 bekroond met de Italiaprijs. In de opera Votre Faust (1960–1963; tekst van M. Butor; eerste integrale uitvoering in Milaan in 1969) speelt het aleatorische (zie aleatoriek) of toevalselement een grote rol: de tijdsduur wordt mede bepaald door de uitvoerenden en door de reacties van het publiek. Sedert 1975 tracht hij dergelijke nieuwe compositietechnieken te verbinden met traditionele genres als volksmuziek of jazz. Hij vertaalde geschriften van Alban Berg. Na 1976 schreef hij nog een groot aantal instrumentale werken, kamer-, orkest- en koormuziek, evenals een serie belangrijke theoretische geschriften over de hedendaagse muziektechnieken.

WERK: (behalve de genoemde): Trois chants sacrés (1952; v. sopraan en strijkerstrio); Symphonies (1954–1955; v. 15 solisten); Quintette à la mémoire de Webern (1955; v. klarinet, basklarinet en pianotrio); Exercices (1956; v. piano); Scambi (1957; elektr.); Mobile (1958; v. 2 piano's); Rimes pour différentes sources sonores (1959; orkest en geluidsband); Répons (1960; v. 7 musici); Modes (1960; v. strijkkwartet); Ode (1960/1961; v. strijkorkest); Madrigaal I (1963; v. klarinet); idem II (1964; v. kamerensemble); idem III (1964; v. slagwerk); Echos I (1967; cellosolo); Couleurs croisées (1967; v. orkest); L’effacement du prince Igor (1971; v. harp, piano, xylofoon, vibrafoon, klokken en celesta); Les épreuves de Pierrot l’Hébreu (1974; kamermuziek-theaterspel); Parade de Votre Faust (1975; v. orkest); Les îles déchainées (1980; v. synthesizers, klarinetten, jazzensemble en orkest). – Geschriften: Webern und die Theorie, in: Darmst. Beitr. f. neue Musik (1958); Theorie und Praxis in der neuesten Musik, ibidem (1959); Fragments théoriques sur la musique expérimentale (1970); Musique, sémantique, société (1971); Anthologie d'écrits sur la musique électronique (1976); Musique sérielle, musique actuelle (1980).