Zoekweergave passiemuziek

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

passiemuziek

passiemuziek, de muziek bij het verhaal van het lijden (Lat.: passio) van Christus, dat al in de vroege middeleeuwen in de Latijnse liturgie gezongen, resp. op Palmzondag, alsmede op de dinsdag, de woensdag en de Goede Vrijdag van de Stille Week, op reciteertoon werd voorgedragen. Vanaf de 9de of 10de eeuw werd de voordracht verdeeld over de diaken (verhaler), de celebrant (Christus) en de subdiaken (het volk en andere sprekende personen), resp. in middentoon, in lage en in hoge ligging, ieder met eigen reciteerformules, de koraalpassie. In de 15de eeuw begon men de uitroepen van het volk, de zgn. turbae, meerstemmig uit te voeren, geïmproviseerd of volgens notatie (o.a. G. Binchois). Een (op de tekst van de verhaler na) geheel meerstemmig gecomponeerde motetpassie dateert van 1507 (vroeger aan Obrecht toegeschreven, misschien Longaval?). De 16de eeuw bracht verscheidene motetpassies voort. In de 17de eeuw ging men Latijnse passies componeren in de toen moderne stijl van de opera, met recitatieven, koren, orgel- en orkestbegeleiding (A. Scarlatti). In die eeuw werd ook in de Duitse passie de oratoriumstijl ingevoerd (Joh. Sebastiani, H. Schütz, J.S. Bach, Telemann). Passies op nieuwgeschreven teksten, passie-oratoria, schreven o.a. Händel, Telemann, C.Ph.E. Bach, Beethoven e.a. In de 20ste eeuw hebben o.a. E. Pepping, Frank Martin en K. Penderecki passiemuziek geschreven.