| 3. Bestuur en samenleving |
De grondwet dateert 1973 en is sindsdien meerdere keren gewijzigd (voor het laatst in 2003) en buiten werking gesteld (voor het laatst in 2007). De constitutie voorziet in een Nationale Assemblee van 342 leden, waarvan 272 rechtstreeks gekozen, 10 vertegenwoordigers van hindoe-, christelijke en andere minderheden, en 60 zetels voor vrouwen en in een via getrapte verkiezingen samengestelde Senaat van 100 leden. De uitvoerende macht is in handen van de president en de premier. De presidentiële macht werd met de herinvoering in 1985 van de door generaal Zia-ul-Haq geamendeerde grondwet aanzienlijk uitgebreid, maar in 1997 weer enigszins ingedamd. Hij moet in ieder geval islamiet zijn en wordt gekozen voor een periode van vijf jaar door Assemblee en Senaat. De premier wordt door de Assemblee gekozen. Hierdoor kan hij met tweederde meerderheid en met bekendmaking van de naam van zijn opvolger eveneens worden afgezet. Hij kan het parlement ontbinden en ook de provinciale regeringen naar huis sturen; zijn adviezen aan de president zijn bindend en zijn contraseign bij presidentiële decreten is verplicht. Kiesrecht is er voor iedereen vanaf 21 jaar.
| 3.2 Bestuurlijke indeling |
Bestuurlijk is Pakistan verdeeld in vier provincies, een hoofdstedelijk district en twee direct onder de centrale regering vallende districten (Tribal Area en de Northern Areas). De provincies hebben formeel vrij grote bevoegdheden, waarbij de gouverneurs, die benoemd worden door de president, de nationale eenheid moeten waarborgen. Islamabad en diverse tribale gebieden worden rechtstreeks door de centrale overheid bestuurd. De vier provincies hebben ieder een eigen parlement. De provincies zijn ingedeeld in divisies, de divisies in districten, de districten in tehsils (een groep dorpen); de gemeente (dorp, stad) vormt het laagste bestuursniveau.
| 3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties |
Pakistan is lid van de Verenigde Naties en aangesloten bij de diverse gespecialiseerde organisaties daarvan en verder bij het Colomboplan, de Organisatie van Niet-Gebonden Landen (sinds 1979) en de Organisatie van de Islamitische Conferentie. Sinds 1 oktober 1989 maakt Pakistan weer deel uit van het Britse Gemenebest van Naties, waar het in 1972 uitstapte. Met de Europese Gemeenschap werd in 1976 een handelsovereenkomst gesloten.
| 3.4 Politieke partijen en vakbeweging |
De ‘moederpartij’ is de Moslem-Liga; zij was zowel de drijvende kracht achter het ontstaan van Pakistan alsook het ontstaanspunt van de meeste andere Pakistaanse partijen. Gedurende de staat van beleg van 1977 tot 1985 waren geen politieke partijen toegestaan. De verkiezingen van 1985 vonden plaats op niet-partijpolitieke basis. Bij de verkiezingen in 2002 waren de belangrijkste partijen in het 342 zetels tellende parlement de Pakistan People's Party (PPP) [62 zetels], opgericht door ex-president Z.A.K. Bhutto en geleid door diens dochter Benazir Bhutto (oorspronkelijk islamitisch-socialistisch; later, als regeringspartij, bereid tot grote concessies) en de in 1906 opgerichte Pakistan Muslim League (Quaid-i-Azam)(PML-Q, een uit twee fracties bestaande middenpartij) [78 zetels]; verder zijn er o.m. Mutahida Majlis-i-Amal (MMA) [45 zetels] en vrouwen [60 zetels].
De vakbondsorganisaties zijn sterk versnipperd en vaak gelieerd met politieke partijen. Bij de Pakistan National Federation of Trade Unions zijn 270 federaties aangesloten, waaronder de All Pakistan Federation of Trade Unions, de Pakistan Railway Employees' Union en de Pakistan Transport Workers' Federation. Naar eigen opgave verenigt de PNFTN één miljoen leden.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.