| Oldenbarnevelt, Johan van | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 2. Verhouding met de stadhouder |
Een meesterstuk van tactiek was zijn gedrag ten opzichte van Maurits van Nassau, die hij naar voren schoof als de ‘nationale’ tegenvoeter van de Engelse landvoogd Leicester. Hij maakte prins Maurits tot stadhouder, maar beperkte zijn invloed. Maurits moest goed beseffen dat hij in dienst stond van de Staten. De toenemende vijandigheid tussen Oldenbarnevelt en Maurits is hieruit te verklaren.
Oldenbarnevelt was er voortdurend alert op dat de souvereiniteit niet in één ‘erfelijk hoofd’ belichaamd werd. In 1607 stelde hij een formeel hervormingsplan van de Republiek op, waarin voorzien werd in het ook door hem gevoelde gemis van een feitelijk machthebber, maar dan niet in de vorm van een ‘eminent hoofd’. Het bij herhaling opduikende en vooral door Zeeland bepleite idee om Maurits tot koninklijk machthebber te maken, vond bij Oldenbarnevelt en de Staten van Holland geen bijval. Daartegenover stond dat Oldenbarnevelt aan zijn eigen ambt een op geen enkel wettelijk document berustende inhoud wist te geven waardoor hij een van de belangrijkste functionarissen in de hele Republiek was en – als leider van de buitenlandse politiek – ook daarbuiten.