Zoekweergave Oldenbarnevelt, Johan van

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Oldenbarnevelt, Johan van
Introductie

Oldenbarnevelt, Johan van (Amersfoort 14 sept. 1547 – 's-Gravenhage 13 mei 1619), Nederlands staatsman, afkomstig uit een ridderlijk regentengeslacht.

Oldenbarnevelt studeerde in Leuven, Bourges, Keulen, Heidelberg en in Italië, mogelijk in Padua (1566–1570). In het voorjaar van 1570 vestigde hij zich als advocaat in Den Haag. Tussen 1572 en 1574 deed hij mee, mogelijk als ordonnans van Willem van Oranje, aan enkele overvallen en gevechten van de geuzen.

Na de terugkeer van Willem van Oranje in Holland in oktober 1573 zocht Oldenbarnevelt contact met hem omdat hij hoopte door Willem van Oranje een geuzendictatuur te voorkomen en de positie van de regentenfamilies te versterken.

In 1575 trad Oldenbarnevelt in het huwelijk met Maria van Utrecht, dochter van een ongehuwde Delftse regentendochter. Door dit huwelijk legde Oldenbarnevelt de grondslag van zijn later zo grote fortuin.

Van 1576 tot 1586 was hij pensionaris van Rotterdam. Uit zijn contact met uitgeweken Zuid-Nederlanders is de positieve economische overheidspolitiek voortgevloeid die deze stad in enkele tientallen jaren verrijkte met een uitgebreid havencomplex en haar de rang van ‘grote’ stad in de Staten bezorgde. Uit deze contacten is later bovendien Oldenbarnevelts initiatief tot het stichten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie voortgevloeid.

1. Advocaat van den lande

Op 16 maart 1586 trad Oldenbarnevelt in functie als advocaat van den lande (zie landsadvocaat) van Holland en West-Friesland. Als pensionaris van Rotterdam had hij al een vooraanstaande plaats in de Staten van Holland. Namens dit college nam hij deel aan de voorbereidingen van de Unie van Utrecht, waarin het hem maar gedeeltelijk gelukte het beginsel van de religievrede te waarborgen, dat hem als tolerant humanist zeer ter harte ging.

Oldenbarnevelt slaagde er als landsadvocaat in het gezag van de regentenfamilies te laten zegevieren over de centralisatiepolitiek van Leicester, die namens de Engelse koningin Elizabeth I landvoogd was van de Nederlandse provinciën.

2. Verhouding met de stadhouder

Een meesterstuk van tactiek was zijn gedrag ten opzichte van Maurits van Nassau, die hij naar voren schoof als de ‘nationale’ tegenvoeter van de Engelse landvoogd Leicester. Hij maakte prins Maurits tot stadhouder, maar beperkte zijn invloed. Maurits moest goed beseffen dat hij in dienst stond van de Staten. De toenemende vijandigheid tussen Oldenbarnevelt en Maurits is hieruit te verklaren.

Oldenbarnevelt was er voortdurend alert op dat de souvereiniteit niet in één ‘erfelijk hoofd’ belichaamd werd. In 1607 stelde hij een formeel hervormingsplan van de Republiek op, waarin voorzien werd in het ook door hem gevoelde gemis van een feitelijk machthebber, maar dan niet in de vorm van een ‘eminent hoofd’. Het bij herhaling opduikende en vooral door Zeeland bepleite idee om Maurits tot koninklijk machthebber te maken, vond bij Oldenbarnevelt en de Staten van Holland geen bijval. Daartegenover stond dat Oldenbarnevelt aan zijn eigen ambt een op geen enkel wettelijk document berustende inhoud wist te geven waardoor hij een van de belangrijkste functionarissen in de hele Republiek was en – als leider van de buitenlandse politiek – ook daarbuiten.

3. Buitenlandse politiek
3.1 Drievoudig Verbond tegen Spanje

Tot Oldenbarnevelts voornaamste successen in de buitenlandse politiek behoorde een in 1596 bereikt akkoord met Hendrik IV van Frankrijk en het daaruit voortvloeiende Drievoudig Verbond tegen Spanje tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden, Frankrijk en Engeland. Aan Frankrijks steun waren enkele risico’s verbonden. Hendrik IV had de ambitie de soevereiniteit over de Republiek te verwerven, die hij dan in de praktijk zou uitbesteden aan Maurits of de jonge Frederik Hendrik, wiens moeder Louise de Coligny om die reden met de Franse koning samenspande. Hierdoor dreigden de dynastieke belangen van de huizen Bourbon en Oranje parallel te lopen. Het hierin verscholen dubbele gevaar werd door Oldenbarnevelt in een dertien jaar lang (1596–1609) volgehouden diplomatiek spel bezworen.

3.2 Verbond met Zweden

Een tweede politieke winst was het defensieve verbond met Zweden, gesloten in april 1614. Dit verbond was een waarborg tegen Denemarken dat samenspande met Albrecht en Isabella die uit naam van de Spaanse koning Filips II de Nederlanden bestuurden.

3.3 Overeenkomst met Jacobus I

Even belangrijk was het succes dat Oldenbarnevelt na lange onderhandelingen in 1616 wist te behalen bij de in financiële moeilijkheden verkerende Engelse koning Jacobus I: het vrijkopen van de in 1585 verpande steden Den Briel, Vlissingen en het fort Rammekens.

3.4 Twaalfjarig Bestand

Oldenbarnevelts belangrijkste prestatie ten slotte was het sluiten van het Twaalfjarig Bestand in 1609, een belangrijke periode van vrede tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Met dit bestand maakte hij een definitief einde aan de intriges van de Franse koning Hendrik IV, de aartshertogen Albrecht en Isabella in de Zuidelijke Nederlanden werden in een dwangpositie gemanoeuvreerd en in de Staten-Generaal werd door dit bestand het verzet gebroken van Zeeland, dat hecht verbonden was met de stadhouder-legeraanvoerder Maurits. Prins Maurits was geen voorstander van het bestand. Hij was er zich van bewust dat zijn uit de oorlogstoestand geboren positie juist zijn kracht ontleende aan die oorlog. In vredestijd was zijn macht beperkt.

4. Conflict met Maurits

De enige belangrijke nederlaag die Oldenbarnevelt leed, was definitief en kostte hem niet alleen het ambt, maar ook het leven. De conflictstof lag op kerkelijk terrein, maar het geschil wortelde in de chronische onenigheid over de ‘maximen van de staat’. De ontknoping (1617–1619) was de finale van een kerkelijk conflict, tussen de rekkelijken en de preciezen, zich uitend in onlusten en opstanden. Op grond van een uitlating van Maurits zelf en overtuigd dat deze zijn troepen niet wenste in te zetten om de onlusten te bestrijden, namen de Staten van Holland in augustus 1617 op Oldenbarnevelts voorstel een ‘Scherpe Resolutie’ aan, waarbij aan de stedelijke regeringen werd toegestaan waardgelders in dienst te nemen tot handhaving van de openbare orde. Ook werd bepaald dat soldaten die onder het gezag van de stadhouder stonden alleen nog het bestuur van de stad waar zij gelegerd waren mochten gehoorzamen. Een regelrechte aanval op de macht van de stadhouder. In de Staten-Generaal verklaarden zich alleen Holland en Utrecht vóór de maatregel. Maurits ‘verzette de wet’ in de meeste steden en nam een aantal prominente leden van de Staten van Holland en Utrecht gevangen.

4.1 Arrestatie en dood van Oldenbarnevelt

Oldenbarnevelt werd op 29 augustus 1618 gearresteerd. Om het Hof van Holland, dat hem zeker niet schuldig zou hebben bevonden, uit te schakelen, werd een speciale Generaliteitsrechtbank van 24 leden (onder wie tien met zorg gekozen Hollanders) ingesteld. Vergeefs probeerden invloedrijke figuren de prins-stadhouder te bewegen tot ingrijpen en, toen het doodvonnis op 12 mei 1619 uitgesproken was, tot het verlenen van gratie. Op 13 mei 1619 werd Oldenbarnevelt op een schavot op het Haagse Binnenhof onthoofd.

5. Belang van Oldenbarnevelt

Algemeen wordt Oldenbarnevelt erkend als een intellect van de eerste rang, een scherpzinnig jurist, de constitutionele bouwer van de Republiek der Verenigde Nederlanden en de grondlegger van haar positie in de wereld.

Oldenbarnevelt was een tirannieke figuur die bij zijn leven nauwelijks vrienden had, maar na zijn smadelijk einde werd hij door medestanders, onder anderen de dichter Vondel, met een martelaarsaureool omgeven.

6. Het stokske van Oldenbarnevelt

Oldenbarnevelt betrad het schavot steunend op zijn wandelstok, zijn ‘stokske’. Joost van den Vondel schreef een gedicht, een ode aan het stokske, om uiting te geven aan zijn ongenoegen over het vonnis. De wandelstok wordt bewaard in het Rijksmuseum in Amsterdam

Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt, vader des vaderlants

UITG: Bronnen: Verhooren van Johan van Oldenbarnevelt, uitg. d. het Hist. Gen. te Utr. Berigten II, 2de stuk (1850); M.L. van Deventer, Gedenkstukken van J. van Oldenbarnevelt en zijn tijd (3 dln., 1860–1865); S.P. Haak en A.J. Veenendaal, J. van Oldenbarnevelt; bescheiden betr. zijn staatkundig beleid en zijn familie (3 dln.; R.G.P., gr. serie nr. 80, 108 en 121, 1923, 1962 en 1967).