| Napoleon I Bonaparte | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 6. Het keizerschap |
Op 2 augustus 1802 werd Napoleon door het Franse volk met een overweldigende meerderheid tot consul voor het leven benoemd, zelfs met recht van erfopvolging. De Senaat verhief hem op 18 mei 1804 officieel tot keizer. Ook dit besluit werd door een volksstemming (plebisciet) goedgekeurd. Op 2 december 1804 werd keizer Napoleon (na een haastig gesloten kerkelijk huwelijk met Joséphine) door paus Pius VII in de Notre-Dame in Parijs gezalfd, waarna hij zichzelf de kroon opzette.
Napoleon creëerde een elite van militairen (stichting van het Legioen van Eer, 1802), hoge ambtenaren, leden van de oude adel en zijn familieleden. Classicistische kunst en de ‘empire’ genoemde interieurstijl verheerlijkten zijn keizerlijke macht. Er werd een strenge censuur uitgeoefend onder Joseph Fouché. Op 18 maart 1805 werd de Italiaanse Republiek omgezet in een monarchie, met Napoleon als koning. Zijn stiefzoon, Eugène de Beauharnais, werd als onderkoning verantwoordelijk voor het feitelijke bestuur van Italië.
Ondanks de gunstige uitslag van de volksstemming zorgde Napoleons invulling van het keizerschap voor een vervreemding van het Franse volk, waardoor het land steeds onverschilliger werd ten opzichte van hem. Maar voorlopig ging Napoleons glorie nog gelijk op met zijn politieke succes. In continentaal Europa leek zijn wil wet te zijn. Op 24 maart 1803 nam de Duitse Rijksdag, gedwongen door Napoleon, de Reichsdeputationshauptschluss aan. Dit betekende het einde van het Rooms-Duitse Keizerrijk.