| Zoekweergave | Napoleon I Bonaparte | Terug |
| Introductie |
Napoleon I Bonaparte, oorspronkelijk: Napoleone Buonaparte (Ajaccio 15 aug. 1769 – Longwood, Sint-Helena, 5 mei 1821), keizer van Frankrijk van 1804 tot 1814/1815, die in korte tijd bijna heel Europa veroverde.
| 1. Jeugd |
Napoleon was de tweede zoon van Carlo Maria Buonaparte, jurist van lage adel op Corsica, en Laetitia Ramolino. Toen Corsica door Frankrijk ingelijfd werd in 1768, koos Carlo Buonaparte de kant van de Fransen. Hiervoor werd hij door de Fransen beloond met een studiebeurs voor zijn slimme en getalenteerde zoon Napoleon. Napoleon ging eerst naar een ‘collège classique’ in Autun en daarna naar de militaire scholen in Brienne en in Parijs. Napoleon viel op door zijn talent voor wiskunde en doordat hij erg veel las. Dit verklaart zijn latere fenomenale belezenheid, vooral in de klassieken en de geschiedenis.
| 2. Begin legercarrière |
| 2.1 Corsica |
In 1785 werd Napoleon luitenant bij de artillerie van het Franse leger, maar in 1791 deserteerde hij om op Corsica deel te nemen aan de bevrijdingsoorlog tegen Frankrijk. Een conflict met de leider van het Corsicaanse bevrijdingsleger, Pasquale Paoli, dwong hem en zijn familie naar Frankrijk te vluchten. Het werd hem vergeven dat hij was gedeserteerd en hij werd zelfs tot kapitein bevorderd. Hij onderscheidde zich door zijn wiskundig opgezette aanvalsplan om het door de Engelsen bezette Toulon te bevrijden (Eerste Coalitieoorlog) en hij werd daarom al in december 1793 generaal.
| 2.2 Val van Robespierre |
Napoleon was een aanhanger van de Franse staatsman Maximilien de Robespierre. Bij de val van Robespierre in juli 1794 werd Napoleon korte tijd gevangengezet. Maar het eerste Directoire (tijdelijk bewind van Frankrijk in de periode oktober 1795 – september 1797) sprak hem vrij en gaf hem de leiding over belangrijke expedities. Vooral zijn bloedige onderdrukking van rellen door koningsgezinden in Parijs op 5 oktober 1795 maakte indruk op het Directoire en bezorgde Napoleon deze militaire functie.
| 3. Napoleon in Italië |
| 3.1 Invasie van Italië |
In maart 1796 kreeg Napoleon de leiding over een expeditie naar Italië. Deze expeditie was de start van zijn onstuitbare carrière. Napoleon kreeg deze opdracht vooral dankzij de directeur van het Directoire, Paul François Jean Nicolas Barras. Barras’ voormalige maîtresse, Joséphine de Beauharnais, was op 9 maart 1796 getrouwd met Napoleon. Napoleon kreeg door dit huwelijk een plaats in de heersende kringen. Napoleons invasie van Italië verliep erg succesvol. Het lukte hem in april 1796 om de vereniging van de Oostenrijkse en de Piemontese (Italiaanse) strijdkrachten te voorkomen. Nadat zijn troepen stormenderhand de brug over de Adda bij Lodi ingenomen hadden en de Oostenrijkers (de bondgenoten van de Italianen) zich moesten terugtrekken, hield hij op 15 mei 1796 als grote overwinnaar zijn intocht in Milaan.
| 3.2 Eerste Coalitieoorlog |
Hier begon zijn Caesarendroom om Europa te beheersen, zoals ooit de Romeinse keizers en in hun kielzog Karel de Grote hadden gedaan. Napoleon deed een – geslaagd – beroep op Italiaanse patriotten de Fransen te begroeten als bevrijders en herstellers van de rechten van de mens. Napoleon richtte in juni 1796 in Italië een Ligurische Republiek (Genua) op. In oktober 1796 stichtte hij bovendien een Cispadaanse Republiek in Romagna, dat hij op de Kerkelijke Staat had veroverd. Zijn plan om naar Wenen door te stoten, mislukte door krachtige tegenstand van het herstelde Oostenrijkse leger. De strijd raakte in een impasse, waardoor Napoleon op 18 april 1797 akkoord ging met de Vrede van Leoben. In dit verdrag was afgesproken dat Oostenrijk de Zuidelijke Nederlanden en Lombardije aan Frankrijk afstond. Ter compensatie kreeg Oostenrijk het grootste deel van Venetië.
| 3.3 Einde van de Eerste Coalitieoorlog |
Voorlopig ging Napoleon wonen op het landgoed Mombello bij Milaan, waar hij en Joséphine een vorstelijke hofhouding creëerden. In het najaar stichtte hij de Cisalpijnse Republiek (Lombardije) en verenigde daarmee later de Cispadaanse Republiek. De Vrede van Campo Formio (18 oktober 1797) was officieel het einde van de Eerste Coalitieoorlog tussen de legers van Napoleon en Oostenrijk en zijn bongenoten. De afspraken van de Vrede van Leoben werden in de Vrede van Campo Formio officieel bevestigd. De Republiek Venetië werd definitief opgesplitst tussen Oostenrijk en Frankrijk.
| 3.4 Romeinse Republiek |
Vanwege onrusten in Rome besloot Napoleon daar in december 1797 in te grijpen: op 10 februari 1798 trok een Frans leger de stad binnen. Paus Pius VI werd als wereldlijk heerser afgezet, gearresteerd en naar Frankrijk overgebracht, waar hij al snel overleed. Rome werd de hoofdstad van de door Napoleon opgerichte Romeinse Republiek. Ondanks de onderdrukking en het machtsvertoon door de Franse overheersers (zoals hoge belastingen, het roven van kunstschatten en het bloedig neerslaan van elk verzet) stond een groot deel van de bevolking achter de Franse invasie. Dat kwam mede door Napoleons tolerante opstelling tegenover kerk en godsdienst. Afgezien van hoe hij met de paus was omgegaan, was Napoleon gericht op verzoening.
| 3.5 Helvetische Republiek |
De Zwitserse kantons waren het toevluchtsoord van duizenden Franse emigranten, die er samenzweringen op touw zetten. In maart 1798 viel Napoleon Zwitserland binnen en werd de Helvetische Republiek gesticht (april 1798). Al deze ‘vrije’ republieken waren, net zoals de in 1795 opgerichte Bataafse Republiek, satellietstaten van Frankrijk. Ze waren officieel onafhankelijk van Frankrijk, maar werden in de praktijk door Frankrijk geregeerd. Deze republieken dienden als buffer om Frankrijk te beschermen.
| 4. De expeditie naar Egypte |
Na de Vrede van Campo Formio richtte Napoleon alle aandacht op de oorlog tegen Engeland. Op 2 november 1797 gaf het tweede Directoire (Frans bewind van september 1797 tot november 1799) Napoleon het opperbevel. Hij wees het invasieplan dat hem werd voorgelegd af en besloot tot een expeditie naar Egypte, dat bij Engeland hoorde. Deze expeditie moest het begin worden van een onderneming om Engeland van zijn koloniaal bezit te beroven. Met een leger van 40 000 man voer Napoleon op 19 mei 1798 naar Alexandrië. Na een zware woestijntocht versloeg hij de Turkse Mamelukken op 25 juli bij de piramiden, vanwaar – volgens Napoleons altijd doeltreffende uitspraken – ‘veertig eeuwen op de soldaten neerzagen’.
Op 1 augustus 1798 leden de Fransen een grote nederlaag bij de Slag op de Nijl. De Engelse admiraal Horatio Nelson vernietigde de hele Franse vloot bij de baai van Aboekir, zodat Bonaparte en zijn leger in Egypte opgesloten zaten. Desondanks voerde hij in Egypte een westers regeringssysteem in (onder erkenning van de islam). Ook legde hij de grondslag voor de studie van de egyptologie. Najaar 1799 droeg hij het commando over aan zijn onderbevelhebber Kléber en vertrok naar Frankrijk. De laatste Franse troepen gaven zich in 1801 over aan de verenigde legers van Turkije en Engeland.
| 5. Het consulaat |
| 5.1 Staatsgreep |
Door zijn populariteit, mede door het Egyptische ‘succes’, was Napoleon in staat om het tweede Directoire ten val te brengen. Hij pleegde deze staatsgreep van 18 brumaire op 9 november 1799. Met de directeuren van het Directoire, Emanuel Joseph Sieyès en Roger-Ducos, vormde hij een voorlopige regering. Op 24 december 1799 voerde Napoleon een autoritair systeem in: het consulaat. Napoleon had daarin als eerste consul bijna alle macht. Met het zogenaamde het prefectenstelsel zorgde hij ervoor dat de Franse Republiek gefundeerd was op een autoritair stelsel van militaire dictatuur. Hiermee maakte hij ook een einde aan de politieke opstand van de revolutionairen. In 1800 vormde hij een commissie om het burgerlijke recht te codificeren (in een wetboek vast te leggen). Dit resulteerde in 1804 in de beroemde Code Napoléon of Code Civil (in 1810 gevolgd door de Code Pénal).
| 5.2 Tweede Coalitieoorlog |
Na het mislukken van voorzichtige vredespogingen met Engeland en Oostenrijk – die star het herstel van de Bourbons eisten en de oude grenzen wilden herstellen – laaide de oorlog opnieuw op. Engeland blokkeerde alle Franse havens. Toen het Oostenrijkse leger versterking kreeg uit Napels, Sardinië, Beieren en Württemberg, dreigde er een invasie van Frankrijk. Tussen 15 en 20 mei 1800 volbracht een leger onder Napoleons persoonlijke leiding de beroemde tocht over de Grote St.-Bernardpas. Zijn onderbevelhebber generaal Desaix bracht de Oostenrijkers op 14 juni 1800 bij Marengo een nederlaag toe. Hierdoor moest Oostenrijk het inmiddels heroverde Noord-Italië afstaan. Na de verpletterende nederlaag bij Hohenlinden gaf Oostenrijk de strijd op en sloot op 9 februari 1801 de Vrede van Lunéville. De Vrede van Campo Formio werd vernieuwd, en de Rijn werd als Frankrijks grens erkend. Kort daarna begon ook de voorbereiding van een regeling met Engeland, die op 25 maart 1802 leidde tot de Vrede van Amiens. De vrede leek hiermee teruggekeerd in Europa.
| 5.3 Het concordaat |
Een ander belangrijk succes van het jonge consulaat was het concordaat, dat op 15 juli 1801 tussen Frankrijk en de Kerkelijke Staat (paus Pius VII) gesloten werd. De Rooms-Katholieke Kerk kreeg hiermee in Frankrijk vrijwel de oude status. Napoleon was zelf een deïst in de traditie van Voltaire, Hij was ervan overtuigd dat de kerk – zolang deze ondergeschikt bleef aan de autoritaire staat – de beste steun voor het gezag was. Daarom steunde hij in Egypte de islam en in Frankrijk en Italië het rooms-katholicisme. Het concordaat zorgde voor verzoening tussen de katholieken en de Franse staat. Het heeft er ook toe bijgedragen dat Napoleon op 14 februari 1802 president werd van de Cisalpijnse (voortaan: Italiaanse) Republiek.
| 6. Het keizerschap |
Op 2 augustus 1802 werd Napoleon door het Franse volk met een overweldigende meerderheid tot consul voor het leven benoemd, zelfs met recht van erfopvolging. De Senaat verhief hem op 18 mei 1804 officieel tot keizer. Ook dit besluit werd door een volksstemming (plebisciet) goedgekeurd. Op 2 december 1804 werd keizer Napoleon (na een haastig gesloten kerkelijk huwelijk met Joséphine) door paus Pius VII in de Notre-Dame in Parijs gezalfd, waarna hij zichzelf de kroon opzette.
Napoleon creëerde een elite van militairen (stichting van het Legioen van Eer, 1802), hoge ambtenaren, leden van de oude adel en zijn familieleden. Classicistische kunst en de ‘empire’ genoemde interieurstijl verheerlijkten zijn keizerlijke macht. Er werd een strenge censuur uitgeoefend onder Joseph Fouché. Op 18 maart 1805 werd de Italiaanse Republiek omgezet in een monarchie, met Napoleon als koning. Zijn stiefzoon, Eugène de Beauharnais, werd als onderkoning verantwoordelijk voor het feitelijke bestuur van Italië.
Ondanks de gunstige uitslag van de volksstemming zorgde Napoleons invulling van het keizerschap voor een vervreemding van het Franse volk, waardoor het land steeds onverschilliger werd ten opzichte van hem. Maar voorlopig ging Napoleons glorie nog gelijk op met zijn politieke succes. In continentaal Europa leek zijn wil wet te zijn. Op 24 maart 1803 nam de Duitse Rijksdag, gedwongen door Napoleon, de Reichsdeputationshauptschluss aan. Dit betekende het einde van het Rooms-Duitse Keizerrijk.
| 7. Anti-Franse coalitie |
| 7.1 Continentaal Stelsel |
In mei 1803 begon de oorlog met Groot-Brittannië opnieuw. Samen met Rusland, Oostenrijk en Zweden vormde Engeland tussen april en augustus 1805 een tegen Napoleon gerichte coalitie. Op 21 oktober 1805 vernietigde Horatio Nelson bij Trafalgar, vlak bij Cádiz, bijna de hele Frans-Spaanse vloot. Sindsdien kon Napoleon alleen nog proberen om Engeland zonder oorlogsgeweld onschadelijk te maken. Daarom voerde hij op 21 november 1806 het Continentaal Stelsel in, dat alle handel met Groot-Brittannië verbood. Om er zeker van te zijn dat dit verbod zou worden nageleefd, stichtte Napoleon een aantal van hem afhankelijke monarchieën, die hij aan zijn naaste familieleden toevertrouwde (Holland onder zijn broer Lodewijk Napoleon; Berg onder zijn zwager Joachim Murat; Napels onder zijn broer Jozef Bonaparte, na zijn ‘overplaatsing’ naar Spanje onder Murat; Westfalen onder zijn broer Jérôme Bonaparte). Om zijn macht in Europa te verzekeren, dreef Napoleon de stichting van de Rijnbond door. In deze Bond werd de afhankelijkheid van de Duitse staten ten opzichte van Napoleon geregeld. De oprichting van de Rijnbond zorgde er echter voor dat Pruisen tot de anti-Franse coalitie toetrad. Ook het Koninkrijk Holland werd in 1810 geannexeerd, omdat Napoleons broer Lodewijk zich niet wilde houden aan het Continentaal Stelsel.
| 7.2 Arrestatie van de paus |
Napoleon raakte in conflict met paus Pius VII. Dit leidde tot de inlijving van de Kerkelijke Staat en tot de arrestatie van de paus. De paus werd naar Frankrijk overgebracht en tot na Napoleons val in het paleis Fontainebleau gevangen gehouden. Dit maakte Napoleons impopulair bij de katholieken in de hele wereld.
| 7.3 Derde en Vierde Coalitieoorlog |
De oorlog (Derde Coalitieoorlog) op het Europese continent verliep voorlopig gunstig voor Napoleon. Op 2 december 1805 behaalde hij in de Slag bij Austerlitz de overwinning op Rusland en Oostenrijk. In 1806 en 1807 bracht hij Pruisen (slagen bij Jena en Auerstedt) en vervolgens Rusland beslissende nederlagen toe in de Vierde Coalitieoorlog. Het vredesverdrag dat tussen 7 en 9 juli 1807 in Tilsit gesloten werd, vormde het hoogtepunt van Napoleons macht. Voor Rusland en Pruisen was het een diepe vernedering. Bij deze gelegenheid kwam echter wel een bondgenootschap tot stand tussen de Franse en de Russische keizer. Dit werd vernieuwd op de zogenaamde vorstendag in Erfurt (27 september – 14 oktober 1808), waar Napoleon een grootse demonstratie van zijn macht gaf.
| 7.4 Vijfde Coalitieoorlog |
Moeilijkheden in Portugal en Spanje waren een aanleiding voor dit bondgenootschap tussen Rusland en Frankrijk. Portugal deed niet mee aan het Continentaal Stelsel. Het Franse leger bezette Portugal tussen 1807 en 1808, maar werd uiteindelijk door de Engelsen tot overgave gedwongen. In Spanje deed Karel IV onder druk van Napoleon afstand van de troon (dit is bekend als ‘de Komedie van Bayonne’). Napoleon stelde zijn broer Jozef Bonaparte aan tot koning (mei 1808), maar een algemene opstand in Spanje leidde tot een Franse nederlaag.
In 1809 was Frankrijk opnieuw in oorlog met Oostenrijk (Vijfde Coalitieoorlog). Napoleon werd in mei 1809 bij Aspern verslagen. Dit verstoorde bij velen het beeld van zijn onoverwinnelijkheid. Napoleon nam echter wraak door in juli bij Wagram te winnen, zodat de Vrede van Schönbrunn (14 oktober 1809) gunstig voor hem uitviel.
| 7.5 Tweede huwelijk |
Sinds 15 december 1809 was Napoleon volgens de rechtbank van Parijs gescheiden van Joséphine. Op 17 februari 1810 werd de scheiding ook door de kerk erkend. Na onderhandelingen met keizer Frans van Oostenrijk, trouwde hij op 1 april 1810 met diens dochter, de aartshertogin Marie Louise. Uit dit huwelijk werd op 20 maart 1811 een zoon geboren: Napoleon Frans Karel Jozef. Hij kreeg bij zijn geboorte ook de titel ‘koning van Rome’. Door de geboorte van een troonopvolger was de toekomst van de dynastie verzekerd. Napoleon was in 1810 al vader geworden van Alexandre Walewski. De moeder van Alexandre, Maria Walewska, was al sinds 1807 de minnares van de keizer.
| 8. Veldtocht tegen Rusland |
Tsaar Alexander van Rusland hield zich niet aan het Continentaal Stelsel. Daarom begon Napoleon op 24 juni 1812 aan een veldtocht tegen Rusland met 600 000 man (afkomstig uit bijna heel Europa, ook wel de Grande Armée genoemd). Napoleons troepen werden geconcentreerd aan de Weichsel. Bij Lemberg trok zich een Oostenrijks hulpleger onder Schwarzenberg samen. Hiertegenover moest Rusland met 200 000 man in de verdediging gaan. Met het hoofdleger van eveneens 200 000 man ging Napoleon richting Vilna-Smolensk-Moskou. Op 13 augustus trok hij de rivieren de Neman en de Dnepr over en schoot de Russische stad Smolensk in brand (17 augustus). Hij dwong Michail Ilarionovitsj Koetoezov bij Borodino om zich terug te trekken (7 september), weliswaar met grote verliezen aan zijn eigen kant. Met de overgebleven helft van zijn troepen trok hij Moskou binnen op 14 september. Moskou gaf zich echter niet over. Vanwege de dreigende winter en grote voedseltekorten (door te lange en kwetsbare aanvoerlijnen) moest Napoleon zich terugtrekken uit brandend Moskou (19 oktober). Deze rampzalige terugtocht bereikte het hoogtepunt van ellende bij de overtocht over de Berezina (24–26 november), waar veel manschappen omkwamen door bevriezing en verdrinking. Uiteindelijk eindigde de veldtocht tegen Rusland met de intocht van de slechts 20 000 overlevenden van de Grande Armée in Koningsbergen (19 december). Deze rampzalige afloop van de veldtocht leidde tot een anti-Franse stemming in veel landen die onder Frans gezag stonden.
| 9. Slag bij Leipzig |
Hoewel het Napoleon in het voorjaar van 1813 lukte opnieuw een groot leger bij elkaar te krijgen, zorgde de nederlaag tegen Rusland bij de volken van Europa voor een nieuwe hoop op bevrijding. Pruisen en Zweden sloten zich bij Rusland aan en de Rijnbond begon uit elkaar te vallen. In de Zesde Coalitieoorlog versloegen de Fransen de Russisch-Pruisische legers in mei 1813 bij Lützen en Bautzen. Door bemiddeling van Metternich werd een wapenstilstand gesloten, maar vredesonderhandelingen in Praag mislukten. Toen keerden ook Oostenrijk en Beieren zich tegen Napoleon, die tussen 16 en 19 oktober 1813 in de Slag bij Leipzig verpletterend verslagen werd. Ongeveer tegelijkertijd vernietigde Wellington de laatste Franse troepen op het Pyrenese schiereiland.
Nadat Napoleon een aanbod van vrede met behoud van Frankrijk binnen de zogenaamde natuurlijke grenzen (Rijn, Alpen, Pyreneeën) afgewezen had, drongen de bondgenoten van alle kanten Frankrijk binnen. op 31 maart 1814 bezetten zij Parijs. De Senaat had toen al verklaard dat Napoleon de troon moest opgeven en op 5 april deed Napoleon dan ook afstand van de troon. Bij de conventie van Fontainebleau op 11 april werd hem, onder toekenning van een jaargeld en met behoud van de keizerstitel, het Italiaanse eiland Elba als woonplaats en soeverein territorium toegewezen.
| 10. De Honderd Dagen en Slag bij Waterloo |
Een jaar later, op 1 maart 1815, kwam Napoleon aan bij Cannes met een leger van 1000 man om opnieuw de macht in Frankrijk te grijpen. Het leger groeide echter snel in aantal doordat troepen van de tegenstander naar hem overliepen. Op 20 maart hield hij zijn intocht in Parijs. Deze luidde De Honderd Dagen in, de laatste periode van napoleontische heerschappij. Deze regeerperiode eindigde na de Slag bij Waterloo op 28 juni 1815 met het herstel van het koningschap in Frankrijk.
| 10.1 Verbanning naar Sint-Helena |
Napoleon keerde op 21 juni van het slagveld naar Parijs terug. Na enige weken van werkloos wachten op het landgoed Malmaison gaf hij zich over aan de Engelsen. Hij werd veroordeeld tot deportatie naar het eiland Sint-Helena. Daar kwam hij op 16 oktober 1815 aan en na bijna zes jaren van ballingschap overleed hij er aan maagkanker. Aan zijn laatste wil om in Parijs begraven te worden is door koning Louis-Philippe voldaan: op 15 december 1840 werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in de Dôme des Invalides.
| 11. De betekenis van Napoleon |
Hoewel er geen discussie bestaat over de uiterst belangrijke rol van Napoleon in de geschiedenis, zal zijn karakteristiek zich wel altijd blijven bewegen tussen uitersten van bewondering en verachting. Romantische literatoren als Alessandro Manzoni en George Gordon Byron hebben hem als een held vereeuwigd, maar bij de geschiedschrijvers, ook van Frankrijk, wisselt het oordeel sterk. Napoleons handelen werd bepaald door zowel de ideeën van de Franse Revolutie als door absolutistische neigingen, en ook door een grenzeloze machtsdrang. Hij heeft het lot van vrijwel alle volken van Europa meebepaald. Ondanks de terugkeer van de statenindeling van vóór de Revolutie (door het Congres van Wenen bepaald) heeft hij de wordende eenheid van Italië en Duitsland diep beïnvloed en ook op Polen en Egypte heeft hij stimulerend gewerkt. Hij streefde naar een eenwording van Europa, al heeft hij dit ideaal waarschijnlijk nooit gescheiden van zijn eigen Caesarendroom.
| 11.1 Napoleons hervormingen |
Zijn bewonderaars hebben een mythe geschapen waarin Napoleon verschijnt als een schepper uit het niets. Maar buiten de militaire sector knoopte hij voornamelijk aan bij dingen die al voor of door de Revolutie ingezet waren, zoals zijn cultuur- en onderwijspolitiek, zijn hervorming van de bestuurlijke administratie, zijn wetgeving, en het vastleggen van het recht in wetboeken. De Code Civil en de Code Pénal hebben de wetgeving in Europese landen tot op heden beïnvloed. Door de vorming van een ambtelijk apparaat sinds 1793 werd Napoleon niet de vernietiger van de Revolutie, maar de alleenheerser die de Revolutie na jaren van totale verwarring versterkte.
Van de hervormingen op bestuurlijk en administratief niveau zijn vele nu nog steeds in gebruik: Napoleon voerde bijvoorbeeld een bevolkingsregister in waarvoor mensen een definitieve achternaam moesten opgeven. Ook standaardiseerde hij maten en gewichten: de kilo, meter en liter werden ingevoerd op het Europese continent.
| 11.2 Geniaal militair |
Napoleon was een geniale militair. Hij werd als legeraanvoerder verafgood door zijn troepen. Zijn militaire successen berustten onder andere op snelle marsen, verrassende troepenconcentraties op strategische punten, een systematisch gebruik van de artillerie en het gebruik van massalegers. Zijn tegenstanders, zoals August Wilhelm Anton Neidhardt von Gneisenau, namen zijn tactieken over. Met het Continentaal Stelsel was Napoleon de eerste die economische oorlogvoering op grote schaal toepaste.
De financiën vormden steeds een zwak punt. Napoleon was voortdurend gedwongen te gehoorzamen aan vaak corrupte geldmagnaten en telkens weer nieuwe belastingen op te leggen aan de onder de voet gelopen landen. Zo werd de oorlog een voorwaarde voor het in stand houden van de economie en werd Napoleons uitgestippelde weg naar de wereldeenheid en wereldvrede een ramp voor Europa.
| 11.3 Napoleontische legende |
Napoleon zelf creëerde op Sint-Helena in zijn memoires de ‘napoleontische legende’: zijn doel was bevrijding van de volken geweest, maar hij werd gedwarsboomd door zijn vijanden, met name door Groot-Brittannië. Napoleon III hielp deze mythe verspreiden. In het midden van de 19de eeuw ontstond ook nog de mythe van de volkskeizer, ‘le petit corporal’, gecreëerd in de chansons van Pierre-Jean de Béranger.
UITG: Mémoires de Ste Hélène écrits par le général comte de Montholon, publiée par l'ordre de l'empereur Napoléon III (6 dln., 1823–1825); Correspondance de Napoléon I (32 dln., 1858–1870), aanvullingen daarop door E. Cassé (1887), L. Lecestre (2 dln., 1897), F. Masson (1899), L. de Brotonne (1903), E. Picard en A. Tuetey (4 dln., 1912–1913); Correspondance militaire, d. A. Fabre (10 dln., 1876–1879); Lettres de Napoléon à Josephine..., d. J. Haumont (1968).