Zoekweergave monochord

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

monochord

monochord (v. Gr. monos = enkel, chordè = darm, snaar), in de muziek oorspronkelijk een instrument ter berekening van de trillingsverhoudingen van de tonen, bestaande uit een klankkast, waarop een over twee kammen lopende snaar is gespannen. Een derde, verschuifbare kam (modulus, magadis of ook stephanus geheten) bevond zich daartussen; de schaalindeling is op de klankkast aangebracht. Door dit instrument ontdekte men de verhoudingen der intervallen. De eerste beschrijving van het monochord, eertijds veelal canon genoemd, is van Euclides.

Evenals in de Griekse oudheid (zie Griekse cultuur) werd het monochord in de middeleeuwen gebruikt als hulpmiddel voor het leren van de intervallen en voor toonhoogtebepaling ten behoeve van zangers en ook wel als muziekinstrument. Uit het monochord ontwikkelde zich het wel polychord genoemde meersnarige instrument dat het bestuderen van samenklanken mogelijk maakte. Het principe van verkrijging van diverse tonen op één snaarlengte werd verder ontwikkeld bij de eerste toetsinstrumenten. Bij het clavichord werd één snaar op verschillende plaatsen door tangenten verkort. Het eensnarig principe werd ook toegepast bij de Trumscheit of tromba marina, een voorloper van de huidige strijkinstrumenten. Hierop werden alleen flageoletten gespeeld, die worden verkregen door de vinger op y, €, ‚, ƒ, … van de snaarlengte licht neer te zetten, waardoor aan beide zijden van de vinger de snaar gaat trillen.