| Zoekweergave | Mandela, Nelson | Terug |
Mandela, Nelson, voluit: Nelson Rolihlala Mandela (Transkei 18 juli 1918), Zuid-Afrikaans verzetsleider en politicus, was van 1994 tot 1999 president van Zuid-Afrika.
Mandela werd in 1940 verwijderd van de universiteit van Fort Hare, omdat hij een van de voormannen van een studentenstaking was. Na zijn rechtenstudie aan de universiteit van Witwatersrand opende hij in december 1952 met Oliver Tambo het eerste zwart-Afrikaanse advocatenkantoor in Johannesburg en werd hij een van de vooraanstaande leiders van de bevrijdingsbeweging African National Congress (ANC). In november 1962 werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, omdat hij zonder toestemming het land had verlaten.
Op 12 juni 1964 werd hij in het zgn. Rivonia-proces tot levenslange gevangenschap veroordeeld wegens zijn leiderschap van Umkhonto we Sizwe (Speer van het Volk), de militaire vleugel van het ANC. Hij zat gevangen in o.a. een kamp op Robbeneiland en werd, als de beroemdste gevangene van zijn tijd, symbool van het zwarte verzet in Zuid-Afrika. Vooral in de jaren tachtig nam de internationale druk om hem vrij te laten sterk toe. Na onderhandelingen met president Pieter Willem Botha werd Mandela onder president Frederik Willem de Klerk in vrijheid gesteld (11 febr. 1990). Hierna voerde hij als leider van het inmiddels gelegaliseerde ANC onderhandelingen met De Klerk over de totale afschaffing van de apartheid. Op 5 juli 1991 werd Mandela officieel tot president van het ANC benoemd.
Meteen na zijn vrijlating maakte Mandela een aantal internationale reizen en bezocht o.a. Nederland (16 juni 1990). Hij ontving tal van onderscheidingen, o.a. eredoctoraten en de Mensenrechtenprijs van de Verenigde Naties (1988, met zijn toenmalige vrouw Winnie Mandela) en in 1993 de Nobelprijs voor de vrede (met president De Klerk).
Bij de verkiezingen in mei 1994 behaalde het ANC een overtuigende overwinning en Mandela werd gekozen tot president van Zuid-Afrika voor een periode van vijf jaar. Mandela vormde in overeenstemming met de interim-grondwet een regering van nationale eenheid met twee vicepresidenten: Frederik Willem de Klerk en Thabo Mbeki. In december 1995 benoemde Mandela de leden van de Waarheidscommissie (onder voorzitterschap van Desmond Tutu), die onderzoek ging doen naar schendingen van de mensenrechten ten tijde van de apartheid. In juli 1996 werd Mandela voorzitter van de Southern African Development Community (SADC). De Nasionale Party van De Klerk verliet in juni 1996 de regering-Mandela nadat de nieuwe grondwet door het parlement was goedgekeurd. Hiermee kon een meerderheid van de partij niet instemmen. In 1997 benoemde Mandela Thabo Mbeki tot zijn opvolger als president van het ANC.
In maart 1999 bezocht Mandela Nederland opnieuw en ontving eredoctoraten van de Rijksuniversiteit Leiden en van Nyenrode, voorts de Gouden Penning van de stad Amsterdam.
Na de verkiezingen van juni 1999 droeg hij het presidentschap over aan Mbeki.
In 1996 werd zijn huwelijk met Winnie officieel ontbonden. Hij trouwde hierna met de weduwe van de Mozambikaanse president Samora Machel, Graça Machel.
WERK: No easy road to freedom (1965); Higher than hope (1988).