| Zoekweergave | Malta | Terug |
| Introductie |
Malta (officieel: Maltees: Repubblika ta'Malta, Engels: Republic of Malta), eilandengroep en republiek in de Middellandse Zee, ca. 93 km ten zuiden van Sicilië, bestaande uit de eilanden Malta (245,7 km2), Gozo (67,1 km2) en Comino (2,8 km2), alsmede de onbewoonde eilanden Cominotto en Filfla, totaal 316 vierkante kilometer (1998 reëel), met 401 880 inwoners (2007 schatting); 1 272 personen per vierkante kilometer (2007 schatting). De hoofdstad is Valletta. Munteenheid is de euro, die per 1 januari 2008 de Maltese lira (Lira Maltija, afkorting: Lm) verving. Nationale feestdagen zijn 21 september (Onafhankelijkheidsdag, 1964) en 31 maart. De internetlandcode (TLD) is mt.
Malta bestaat uit vijf eilanden en is in oppervlakte de kleinste lidstaat van de Europese Unie. Sinds de onafhankelijkheid, in 1964, maken twee politieke partijen de dienst uit in het land. Het toerisme en de financiële dienstverlening zijn de belangrijkste sectoren van de economie.
| 1. Landschap, klimaat en natuur |
De eilanden liggen op het onderzeese plateau dat zich uitstrekt van Sicilië naar Afrika, en de Middellandse Zee in twee hoofdbassins verdeelt. De bodem bestaat uit kalksteen. De noordoostelijke en oostelijke kusten hebben verscheidene goede natuurlijke havens; de zuidelijke kust is rotsachtig en steil. Het hoogste punt ligt op 305 m boven de zeespiegel. Malta maakt door de zeer geringe vegetatie een barre indruk. Er zijn geen rivieren of meren, maar bronnen voorzien de eilanden van (te weinig) water. Er heerst een mediterraan klimaat. De temperatuurgemiddelden zijn: januari 17 °C, juli 33 °C. De neerslag valt gewoonlijk van eind september tot eind april en bedraagt gemiddeld 500 mm, echter schommelend tussen 291 en 721 mm. 's Zomers waait vaak de sirocco, die de temperatuur soms tot 40 °C doet stijgen.
Plantengroei en dierenwereld zijn van een verarmd mediterraan karakter. Het eiland is een belangrijk rustpunt voor trekvogels, die er overigens zeer te lijden hebben van massale en niet-aflatende jacht. De natuurbeschermingsgedachte wint maar uiterst langzaam veld.
| 2. Bevolking |
Malta is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. De Maltezers, ca. 95% van de bevolking, stammen vnl. af van Carthageners en Feniciërs. Er zijn voorts Britse en Italiaanse minderheden. Meer dan de helft van de bevolking woont in het stedelijke gebied rond Valletta en de Grand Harbour; de hoofdstad heeft 9129 inw. en Birkirkara is met 21 600 het grootste van de negen stadjes. Sinds het begin van de 20ste eeuw zijn veel Maltezen, vooral werkloze jonge ongehuwde mannen, geëmigreerd. Dit is de voornaamste reden waarom Malta, en vooral Gozo, een groot vrouwenoverschot heeft. Tussen 1948 en 1979 vertrokken 141 660 emigranten, terwijl er 23 680 terugkwamen.
De gemiddelde bevolkingstoename in de periode 1995–2000 bedroeg jaarlijks 0,6%.
Taal. Het Maltees heeft een Arabische morfologie, maar idioom en vocabulaire zijn sterk door het Siciliaans beïnvloed. Het huidige Maltees heeft veel ontleend aan het Italiaans en het Engels en is de nationale taal sinds Malta onafhankelijk werd in 1964; het gebruik neemt sindsdien toe. Maltees en Engels zijn de officiële talen.
Religie. De Maltese bevolking is in overgrote meerderheid rooms-katholiek. Sinds 1943 vormt Malta een zelfstandige kerkprovincie.
| 3. Bestuur en samenleving |
Sinds de grondwetswijziging van 1974 is Malta een republiek met aan het hoofd een president, die door het Huis van Afgevaardigden wordt gekozen voor een ambtstermijn van vijf jaar. Het Huis telt sinds 1987 65 leden, die worden gekozen bij algemeen kiesrecht uit dertien kiesdistricten. Een grondwetswijziging zorgde er toen voor dat de partij met een absolute stemmenmeerderheid indien noodzakelijk net zo veel extra parlementszetels zou krijgen tot er sprake was van een zetelmeerderheid. De president benoemt het parlementslid dat een meerderheid van het Huis achter zich kan verenigen, tot premier. Deze benoemt de overige ministers en staatssecretarissen, die parlementslid dienen te zijn. De maximale zittingsduur van het parlement is vijf jaar, de premier kan echter binnen deze termijn te allen tijde nieuwe verkiezingen uitschrijven en moet dit doen, als een regeringsvoorstel wordt verworpen. Malta kent geen lokaal bestuur, wat er mede de oorzaak van is dat de debatten in het parlement nogal eens een parochiaal karakter vertonen.
Sinds 1966 zijn slechts twee politieke partijen in het parlement overgebleven: de Malta Labour Party (MLP), opgericht in 1921, en de christen-democratische Partit Nazzjonalista (PN), die in feite al bestaat sinds 1880. De partijen wisselen elkaar sinds 1947 af als regerings- en oppositiepartij. De MLP staat een sterk neutralistische koers voor en onderhoudt nauwe banden met de Arabische wereld, vooral met Libië, en China. Haar aanhang bestaat vnl. uit de meerderheid van de arbeiders op de grote scheepswerven en droogdokken. De PN is pro-Westers en pro-Europa en vindt haar aanhang vooral onder de academici, de geestelijkheid, de burgerij, de middenstand en de boeren, maar telt ook een niet onaanzienlijk aantal arbeiders onder haar aanhangers.
Na de verkiezingen van 12 april 2003 waren de in totaal 65 zetels in het parlement als volgt verdeeld: Nationalist Party (NP) 34, Malta Labour Party (MLP) 31.
Malta is aangesloten bij de volgende internationale organisaties: de Verenigde Naties, een aantal suborganisaties van de VN, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Raad van Europa. Malta maakt deel uit van het Gemenebest. Met de Europese Unie werd in 1971 een associatieverdrag gesloten. Het lidmaatschap werd in 1990 aangevraagd. Op 1 mei 2004 trad Malta officieel toe tot de EU.
| 4. Economie |
Malta gold tot in de jaren tachtig als een ontwikkelingsland, maar kende daarna een spectaculaire economische groei. Het bruto binnenlands product groeide in 2000 met 3,4%; het jaarlijks inkomen per hoofd bedroeg $ 14 300. De overheid is de grootste werkgever, zij het dat er een beleid is gericht op privatisering van staatsbedrijven. Sinds 1987 wordt serieus getracht buitenlandse investeerders aan te trekken door middel van zeer gunstige fiscale voorwaarden en Malta te ontwikkelen tot een internationaal financieel centrum. De koers van de Maltese lira wordt dagelijks vastgesteld door de Centrale Bank van Malta, een overheidsinstelling. De EU en Italië geven Malta forse financiële hulp; de lokale industrie wordt verder gesteund door diverse invoerheffingen. De overheid heeft een fors begrotingstekort.
Landbouw wordt meest uitgeoefend op kleine bedrijven, vaak als bijverdienste. Niet meer dan 50% van het totale landoppervlak leent zich voor akkerbouw en veehouderij. De totale agrarische productie (incl. visserij) vertegenwoordigt slechts 3% van het bnp. Naast de exportgewassen aardappelen, uien, snijbloemen en planten worden veel wijndruiven verbouwd, maar niet genoeg voor de lokale wijnindustrie. Groente- en fruitteelt leveren, evenals de veehouderij, niet genoeg op voor de lokale consumptie. In de visserij zijn 1000 personen geheel of gedeeltelijk werkzaam.
Het toerisme, dat van groot belang is voor de Maltese economie, wordt van overheidswege sterk bevorderd. In 2000 bezochten ruim 1,2 miljoen toeristen de eilanden, vnl. afkomstig uit Groot-Brittannië en Duitsland.
Industrie. De grootste particuliere werkgever is de Malta Drydocks, de voormalige scheepswerven en droogdokken van de Britse admiraliteit, met meer dan 5000 werknemers. Er is tevens een aantal kleine bedrijven die sigaren, textiel, glas en aardewerk vervaardigen.
Voor zijn energievoorziening is Malta geheel afhankelijk van import van aardolie uit het Midden-Oosten. Het continentaal plat rondom de eigen archipel bevat aardolie en/of aardgas. Deze gebieden worden geëxploreerd maar nog nauwelijks ontgonnen.
De handelsbalans vertoont een chronisch tekort. De belangrijkste import bestaat uit voedingsmiddelen, halffabrikaten, voertuigen, machines, chemicaliën, alcoholica, aardolie en aardolieproducten. De grootste leveranciers zijn: Groot-Brittannië, Italië en Duitsland. De voornaamste exportproducten zijn textiel, kleding, schoeisel, machines, plastics, aardappelen, uien en tabaksartikelen. De belangrijkste afnemers zijn Italië, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Amerika.
Malta beschikt over een vliegveld, Luqa. De in 1973 opgerichte staatsluchtvaartmaatschappij Air Malta onderhoudt diensten op Europa en Noord-Afrika, evenals sommige buitenlandse luchtvaartmaatschappijen. De Grand Harbour wordt door veel koopvaardijschepen aangedaan. Er is een regelmatige veerdienst met Sicilië en Zuid-Italië. Het wegennet (1553 km in 1989) wordt redelijk onderhouden. Sinds 1931 heeft Malta geen spoorlijn meer; het openbaar vervoer (bussen en taxi's) is in handen van kleine particuliere ondernemers.
| 5. Geschiedenis |
| 5.1 Oudheid en middeleeuwen |
De eerstbekende bewoners waren waarschijnlijk migranten uit Sicilië, die met latere immigranten aangeduid worden als pre-Feniciërs. Zij bewoonden Malta reeds in het neolithicum. Men neemt wel aan dat met het eiland van Calypso uit de Odyssee het eiland Gozo wordt bedoeld. De eerste Feniciërs (zie Fenicië) arriveerden in 800 v.C.; zij werden nagevolgd door hun afstammelingen uit Carthago, die na de nederlaag in de Tweede Punische Oorlog in 218 v.C. voor de Romeinen moesten wijken. De schipbreuk van de apostel Paulus in 56 n.C. (Handelingen 28:1) zou volgens de overlevering op Malta hebben plaatsgevonden; hij zou er een christelijke gemeente hebben gesticht. Toen het Romeinse Rijk in 397 werd gesplitst, viel Malta waarschijnlijk aan Byzantium toe; in 870 werd het veroverd door uit Tunis afkomstige Arabieren. Na de verovering door Roger van Normandië in 1090 vond herkerstening plaats en behoorde Malta aan de heersers van Sicilië, tot Karel V in 1530 de eilanden in suzereiniteit gaf aan de Souvereine en Militaire Ridderorde van St. Jan van Jeruzalem (zie johanniterorde). In 1565 doorstonden de ridders een zwaar Turks beleg met succes en beschermden daarmee het westelijk deel van de Middellandse Zee voor verdere penetratie door de islam.
| 5.2 Franse en Britse hegemonie |
Op doortocht naar Egypte kreeg Napoleon I Bonaparte in 1798 Malta in handen. Diens antiklerikale bewind leidde echter spoedig tot een volksopstand en met Britse steun werden de Fransen in 1800 verjaagd. De Britten maakten zich bij de Vrede van Parijs (1814) definitief van Malta meester; het werd een Britse kroonkolonie en vlootbasis, die na de opening van het Suezkanaal (1864) van vitaal belang werd voor de Britse scheepvaartroute naar India. In 1921 kreeg Malta beperkte autonomie. Mussolini's irredentisme, dat ook Malta omvatte, leidde tot een opleving van de pro-Italiaanse stroming en tot binnenlandse troebelen, waarna de Britten de grondwet introkken.
In de Tweede Wereldoorlog was Malta strategisch van groot belang voor de geallieerde oorlogvoering in Noord-Afrika en later voor de invasie van Sicilië. Malta hield stand ondanks een strenge blokkade en 2000 luchtaanvallen en werd collectief beloond met de hoge Britse militaire onderscheiding, het George Cross, dat nog steeds de nationale vlag siert.
In 1947 werd een vernieuwde grondwet ingevoerd, maar zij werd echter weer opgeschort in 1958, na het aftreden van de regering-Mintoff (Malta Labour Party [MLP]) wegens het mislukken van haar politiek om Malta met Groot-Brittannië te integreren.
| 5.3 Onafhankelijkheid |
Het afnemen van Malta's strategisch belang, dat samenviel met de inkrimping van de Britse defensie, leidde uiteindelijk tot verlening van de onafhankelijkheid op 21 september 1964 onder de regering van de Partit Nazzjonalista (PN) van Giorgio Borg Olivier; deze had de verkiezingen van 1962 gewonnen – onder een nieuwe grondwet met vergaande autonomie – ten tijde van een diepgaand conflict van Mintoff met de lokale Rooms-Katholieke Kerk. Dit conflict werd pas in 1969, na het Tweede Vaticaans Concilie, bijgelegd, waarna Mintoff in 1971 een kleine verkiezingsoverwinning boekte. Het defensieverdrag met Groot-Brittannië over de pacht van de militaire bases op Malta, dat vanaf de onafhankelijkheid dateerde, werd op initiatief van Mintoff in 1972 herzien en leidde sindsdien tot aanzienlijk meer inkomsten voor Malta, tot het afliep in 1979. Op 13 december 1974 werd de republiek uitgeroepen, waarmee een einde kwam aan de bevoorrechte positie van de rooms-katholieke hiërarchie en geestelijkheid.
De regering-Mintoff boekte in 1976 wederom een kleine verkiezingsoverwinning. Zij vervolgde haar binnenlandse anti-establishment-politiek en buitenlandse politiek van neutralisme. Mintoff beschouwde het vertrek van de Britse strijdkrachten in 1979 als het hoogtepunt in zijn carrière. De vriendschap met de Libische leider Kaddafi kreeg overigens een deuk toen de laatste Malta's aanspraken op het mogelijk olierijke continentaal plat in zee betwistte. Kanselier Kreisky van Oostenrijk wist Mintoff en Kaddafi weer te verzoenen en in 1984 werd een Libisch-Maltees vriendschapsverdrag gesloten.
| 5.4 Jaren tachtig en negentig |
In 1981 behaalde de PN een absolute stemmenmeerderheid bij de parlementsverkiezingen, maar de MLP bleef met een meerderheid aan parlementszetels aan de regering. De PN begon een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid en haar parlementsleden weigerden hun zetels in te nemen. Ook na het beëindigen van de boycot bleef de sfeer gespannen, vooral toen de regering in 1984 greep probeerde te krijgen op het particulier onderwijs, wat tot een bitter conflict leidde met de Rooms-Katholieke Kerk. Mintoff trad in december 1984 af ten gunste van zijn zelfgekozen opvolger K. Mifsud Bonnici. In 1985 werd de schoolstrijd beëindigd door een overeenkomst met het Vaticaan. In de aanloop naar de verkiezingen van 1987 bleef de atmosfeer onrustig en gewelddadig. De moord op een jeugdige PN-aanhanger in december 1986 leidde tot een opmerkelijke bemiddelingspoging van oud-premier Mintoff om een eind aan de polarisatie te maken. Er werd een grondwetswijziging doorgevoerd, die inhield dat in het vervolg de partij met een absolute stemmenmeerderheid ook een zetelmeerderheid in het parlement zou krijgen. In ruil hiervoor ging de PN akkoord met de opneming van het neutraliteitsbeginsel in de grondwet. Hierdoor werd het mogelijk dat in mei 1987 de PN na een vreedzame machtswisseling de regering overnam. E. Fenech-Adami werd premier. Bij verkiezingen in februari 1992 bleef de PN aan de macht. Fenech-Adami kondigde aan in zijn volgende ambtstermijn de rol van de overheid verder terug te dringen.
| 5.5 Toetreding tot de Europese Unie |
Terugkerend onderwerp bij alle verkiezingen in de jaren negentig was het al dan niet toetreden tot de Europese Unie (EU). De PN-regering had in 1990 het lidmaatschap aangevraagd, maar na de overwinning van de MLP in 1996 werd de aanvraag ingetrokken. Bovendien trok Malta zich terug uit het NAVO-programma Partnership for Peace. De MLP wilde slechts een ‘speciale band’ met de EU, en vreesde verlies van werkgelegenheid als de geldende protectiemaatregelen zouden verdwijnen. Een regeringscrisis omtrent de bouw van een jachthaven maakte in 1998 vervroegde verkiezingen noodzakelijk, die gewonnen werden door de PN. Fenech-Adami werd wederom premier.
| 6. De 21ste eeuw |
| 6.1 Toetreding tot de EU |
In het voorjaar van 2000 startte de Europese Unie (EU) toetredingsonderhandelingen met de Maltese regering. Premier Fenech-Adami, fervent voorstander van toetreding, plande over dit onderwerp een referendum in 2003. De oppositionele Labourpartij stelde alles in het werk om toetreding te voorkomen; partijleider Sant gaf aan dat hij bij een verkiezingsoverwinning van Labour de uitslag van een referendum naast zich neer zou leggen.
Op 13 december 2002 werden op de EU-top in Kopenhagen met succes de onderhandelingen over de toetreding van tien nieuwe lidstaten, waaronder Malta, afgesloten. Op 8 maart 2003 stemde bijna 54% van de Maltezen in een referendum voor toetreding tot de Europese Unie, die op 1 mei 2004 haar beslag kreeg. Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2004 won de Nationalist Party twee zetels. Drie zetels gingen naar de Malta Labour Party, die sceptisch staat tegenover de Europese Unie.
| 6.2 Binnenlandse politiek |
Bij de parlementsverkiezingen van 12 april 2003 verloor de Partit Nazzjonalista (PN) 1 zetel, maar bleef de grootste partij met 34 zetels. De Malta Labour Party (MLP) ging van 30 naar 31 zetels.
Aan het langdurige premierschap van Edward Fenech Adami kwam op 23 maart 2004 een eind toen de 70-jarige voorzitter van de christendemocratische Nationalist Party terugtrad. Fenech Adami was met onderbrekingen 14 jaar premier van Malta geweest. Op 29 maart werd hij door het parlement gekozen tot staatshoofd. De opvolger van Fenech Adami als premier werd de 49-jarige Lawrence Gonzi. Voor het eerst sinds Malta’s onafhankelijkheid gingen ook vrouwelijke ministers deel uitmaken van de regering.
| 6.3 Economie |
Het negatieve saldo van het overheidsbudget van 5,2% was in 2004 hoger dan de grens van 3% die is vastgelegd in het Stabiliteitspact van de Europese Unie. Ook de staatsschuld van 73,2% voldoet niet aan de Europese norm. Malta krijgt de tijd tot 1 januari 2007 om aan het Stabiliteitspact te voldoen. De introductie van de euro wordt niet eerder verwacht dan 2008.
| 6.4 Immigratie |
Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) uitte op 18 januari 2005 zware kritiek op de behandeling van asielzoekers op Malta, o.a. vanwege het feit dat het land asielzoekers 18 maanden onder erbarmelijke omstandigheden in detentie hield. Het Maltezer vluchtelingenbeleid is volgens de UNHCR het meest restrictieve van Europa. Het land vroeg andere landen van de Europese Unie om illegale immigranten over te nemen, omdat de komst van immigranten een veel grotere impact heeft op het kleine Malta dan op de grotere EU-landen.
De Maltezer regering besloot op 10 juni 2005 de ambassadeur en diplomatieke staf op haar ambassade in Peking te vervangen na de ophef die was ontstaan over het verlenen van visa aan Chinese studenten die vervolgens via Malta op illegale wijze Italië probeerden binnen te komen. De zaak kwam aan het rollen toen in maart 2005 zes studenten bij de overtocht naar Italië om het leven kwamen. De ambassade bleek in de voorafgaande acht maanden aan 1800 studenten een visum te hebben verstrekt.