| Lodewijkstijlen | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 2. Lodewijk XV (Louis Quinze) |
Deze stijl betekent het hoogtepunt van de Franse barok. De tegenstelling tussen het classicistische karakter van het uitwendige van de gebouwen en de barokke interieurs blijft bestaan, maar de verhoudingen worden lichter, de contouren van de panelen golvender, het coloriet teerder (roze, lichtblauw, enz.). Speelsere motieven als chinoiserieën treden in de plaats van de pompeuze details van de Lodewijk XIV-stijl, evenals schelpen en rotsachtige motieven, naar aanleiding waarvan de Louis Quinze-stijl ook rococo genoemd wordt (Hôtel de Soubise, Parijs; appartementen van Lodewijk XV, te Versailles). Nieuw is de asymmetrie van de ornamenten, die zich fraai aanpassen aan de gebogen vormen van meubelen en muurpanelen. Nimmer was de eenheid tussen alle vormen van decoratieve en toegepaste kunst zo groot en de vormgeving zo beweeglijk en gracieus als in het Louis Quinze.
In de meubelkunst verloren de verschillende onderdelen hun zelfstandigheid (poten en armleggers van de stoelen), het ene deel neemt de beweging van het andere over, daarbij versterkt door de juiste toepassing van het ornament, dat rijker aan afwisseling en tevens verfijnder was dan ooit tevoren. Meubelkunst, keramiek, zilver, weefkunst, enz. bereikten een technische volmaaktheid. Tal van nieuwe zitmeubelen, zoals de bergère en de duchesse, brachten meer comfort. G.M. Oppenort, G. Boffrand, J.A. Meisonnier waren de meest begaafde decorateurs, J.F. Oeben en C. Cressent vooraanstaande meubelmakers.