komeet
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
komeet
2. Banen

Kometen bewegen gewoonlijk in zeer langgerekte elliptische banen. Deze zijn meestal zo uitgestrekt dat de omlooptijden op tientallen miljoenen jaren worden geschat, zodat de meeste kometen in de praktijk nooit meer worden teruggezien. De kometen zijn afkomstig uit een min of meer bolvormige wolk van zeer grote afmetingen (straal ca. 150 000 maal de afstand aarde–zon) om ons zonnestelsel. Uit het aantal nieuwe kometen dat jaarlijks in de buurt van zon en aarde komt, kan men schatten hoe groot het totale aantal kometen in de wolk moet zijn: ca. 1012 à 1013. Volgens deze theorie, die voor het eerst door de Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort is opgesteld, is de wolk vermoedelijk lang geleden ontstaan ten gevolge van de storende invloeden van vooral Uranus en Neptunus op kleine lichamen in ons zonnestelsel. Alle zichtbare kometen zijn oorspronkelijk afkomstig uit deze Oortwolk en zijn daaruit in de richting van de binnendelen van het zonnestelsel gezonden door de storende krachten van naburige sterren en grote interstellaire wolken.

2.1 Lang- en kortperiodieke kometen

Soms kunnen door de storende krachten van de planeten, en vooral door die van de zwaarste planeet, Jupiter, de sterk elliptische komeetbanen worden veranderd in minder uitgerekte banen en af en toe in banen die zich niet verder uitstrekken dan de baan van Jupiter. Zo is men ertoe gekomen de kometen naar hun banen in twee soorten te verdelen: de langperiodieke en de kortperiodieke kometen, met een omlooptijd van groter, respectievelijk kleiner dan 200 jaar. De kortperiodieke kometen die dicht bij de baan van Jupiter komen, worden gerekend tot de Jupiterfamilie. Deze hebben omlooptijden tussen drie en acht jaar. Hun banen hebben in tegenstelling tot die van de langperiodieke kometen meestal slechts een kleine helling ten opzichte van het vlak van de aardbaan en hun bewegingsrichting is op die van enkele exemplaren na dezelfde als die van de planeten. Deze kometen zijn vermoedelijk afkomstig uit een gordel van ijsachtige objecten buiten de baan van Neptunus. Dit is de Kuipergordel, genoemd naar de Nederlandse astronoom Gerard Peter Kuiper. De totale massa van de Kuipergordel bedraagt naar schatting ca. 30 aardmassa’s; de massa van de Oortwolk is wellicht 100 aardmassa's.