komeet
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
komeet
Introductie

komeet (v. Gr. komètès = langharig; komètès [astèr] = lang haar dragende [ster]), vroeger wel staartster genoemd, tot ons zonnestelsel behorend hemellichaam van relatief geringe massa, dat bestaat uit ijsachtig materiaal, gruis en stof. Kometen zijn meestal onzichtbaar, maar vertonen bij nadering tot de zon een nevelachtig uiterlijk en krijgen dan dikwijls een lichtgevende staart, die meestal van de zon is afgericht en zich bij zeer heldere kometen soms over de halve hemel uitstrekt. Tycho Brahe toonde al aan dat kometen zich niet in de aardse atmosfeer, maar op grote afstand van de aarde bevinden. De onverwachte verschijning van een komeet maakte vroeger een diepe indruk. Men beschouwde dit als een voorteken van een ramp, soms ook als een gunstig teken. Zeer heldere kometen kunnen soms overdag zichtbaar zijn, maar dan duurt dit slechts enkele dagen. Tegenwoordig worden er per jaar vele tientallen nieuwe kometen ontdekt, maar de meeste ervan zijn met het blote oog niet te zien.

1. Naamgeving

Gewoonlijk worden de in een bepaald jaar ontdekte kometen voorlopig aangeduid met het jaartal van hun ontdekking, gevolgd door een hoofdletter die aangeeft in welke tweewekelijkse periode hij werd ontdekt, en een volgnummer voor die periode (bijv. 2002 F4 voor de vierde komeet die ontdekt werd in de tweede helft van maart 2002). De definitieve naam bestaat uit de naam van de ontdekker(s) en uit een jaartal en een serienummer. Dit jaartal is het jaar waarin de komeet de eerste keer na haar eerste ontdekking door haar perihelium ging, het serienummer is een getal in Romeinse cijfers dat de volgorde van de periheliumdoorgangen in het betreffende jaar aangeeft. Zo is de komeet 1941 VIII de achtste komeet die in 1941 haar perihelium passeerde. Periodieke kometen worden aangeduid met een volgnummer (1 voor komeet Halley, de eerst ontdekte periodieke komeet) en het voorvoegsel P/ (bijv. 109P/Swift-Tuttle).