kerklied
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
kerklied
3. Protestantisme

Luther was de promotor van het evangelische kerklied; in het lutherse gezangboekje van 1524 staan er 24 van Luther zelf, waaraan hij later nog 12 toevoegde. Bekend is van hem Ein fester Burg; voorts Mitten wir im Leben, Wir glauben all, Vom Himmel hoch, enz. Latijnse hymnen, rijmsequenties, misteksten, enz. vormden zijn uitgangspunt, zowel tekstueel als muzikaal; daarnaast schiep hij geheel nieuwe liederen. Joh. Walther was daarbij zijn medewerker, naast anderen. Het kerkliedrepertoire breidde zich snel uit en bereikte grote bloei in de 17de eeuw, dankzij o.a. de dichter Paul Gerhardt. Piëtisme en rationalisme maakten hieraan een einde, al ging de productie voort. Vele kerkliederen verkregen bekendheid door Bachs zettingen ervan. Omstreeks 1925 begon in de Lutherse Kerk in Duitsland een renaissance van het kerklied, waarbij de oude voorbeelden weer werden nagevolgd.

Anders dan Luther, wilde Calvijn slechts ‘schriftuurlijke’ kerkliederen toelaten, dwz. op teksten ontleend aan de bijbel, dus de 150 psalmen en de cantica van het Nieuwe Testament, zoals de lofzangen van Maria, van Zacharias en van Simeon. Zo ontstond het hugenotenpsalter op teksten van Clément Marot en Theodorus Beza, met melodieën van L. Bourgeois en Maître Pierre (vaak geadapteerde versies van wereldlijke liederen). In de Nederlanden werden niet de ‘Souterliedekens’ van Willem van Zuylen van Nijenvelt (1540) (naar volksliedmelodieën), maar de middelmatige psalmvertaling van Dathenus en de melodieën van Bourgeois en Maître Pierre gehandhaafd. Pas in 1773 werden de Dathenusteksten vervangen door een keur uit 18de-eeuwse vertalingen, die op hun beurt, afgezien van enige bijkomstige wijzigingen, in gebruik bleven tot de invoering in 1968 van de geheel nieuwe psalmberijming (waarvan reeds in 1961 een ‘proeve’ van 110 psalmen was verschenen). De melodieën, die vooral ritmisch ontaard waren, werden in ere hersteld volgens de overlevering van het Geneefse Psalter van Bourgeois. In 1807 voerde de Nederlandse Hervormde Kerk een bundel gezangen in, vooral ontleend aan lutherse voorbeelden, die aanleiding gaf tot veel kerkelijke strijd. De in de Nederlandse Hervormde Kerk gebruikte gezangenbundel uit 1938 werd in 1973 vervangen door het Liedboek voor de Kerken.

In de Anglicaanse Kerk werd aan de (vaak rijmloze) bewerkingen van klassieke hymnen en getijdenliederen in de loop van de tijd een aantal nieuwe ‘hymns’ toegevoegd, die in de 18de eeuw, onder invloed van o.a. het methodisme, een meer subjectief karakter kregen. Sommige van deze methodistenliederen werden intussen van betekenis voor het ontstaan van de spiritual in de Amerikaanse zwarte gemeenten.