| Kelten | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 1. Oorsprong |
Het achterhaalbare stamland van de Kelten is het gebied van boven-Rijn en boven-Donau (het tegenwoordige Noord-Zwitserland, Zuid-Duitsland, West-Oostenrijk). Zij bevolkten reeds in de bronstijd het oosten van Frankrijk, waarvan de verovering in de 5de eeuw grotendeels voltooid was, en vervolgens het Iberisch Schiereiland. Omstreeks 400 v.C. (volgens een overlevering bij Titus Livius, V, 31, reeds ca. 600) viel de grote trek naar Boven-Italië, die leidde tot de inneming van Rome in 390. Langs de Donau bereikten zij reeds vroeg Norica (Opper-Oostenrijk) en Pannonië (Hongarije), vanwaar zij in de 4de eeuw stuitten op de Illyriërs (Balkanbewoners) en in contact kwamen met de Macedoniërs. Hun legers drongen toen door in het Balkanschiereiland en plunderden in 279 Delphi; andere afdelingen stichtten rijken in het huidige Servië en in Thracië en in 278 staken zij als huurlingen over naar Klein-Azië, waar zij ten slotte ca. 235 het rijk van de Galaten grondvestten. Over tijdstip, uitgangspunt en route van hun eerste tochten naar de Britse Eilanden bestaat groot verschil van inzicht. Het is waarschijnlijk dat de Britten in de 4de–3de eeuw en de Belgae in de 3de–2de eeuw Albion bevolkten, maar sommige archeologen en ook linguïsten geloven aan een veel vroegere invasie van beide eilanden door Keltische volken.
Het is twijfelachtig of de Kelten ten tijde van hun grootste ontplooiing, toen zij reeds enige eeuwen Ligurische en Iberische volken overheersten, in antropologisch opzicht nog een eenheid vormden. Wel opmerkelijk is de culturele eenheid van de verspreide Kelten in het La Tène-tijdperk; terwijl er geen twijfel bestaat over hun taalkundige eenheid (zie Keltische talen).