Zoekweergave Kelten

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Kelten
Introductie

Kelten (Gr.: Keltoi, Lat.: Celtae; sedert 3de eeuw v.C. ook Gr.: Galatai en Lat.: Galli), een inheemse naam, waaronder in de oudheid de schrijvers een ‘barbaars’ volk of een groep van volken verstonden met wie zij sedert de 4de eeuw v.C. in nauwere aanraking kwamen. Een jongere aanduiding van de Germanen voor hun Keltische buren in het algemeen, later overgedragen op geromaniseerde Kelten en Romanen (Welshmen, Walen, Walachen, Welschen = Italianen of Fransen), is Walah, waarschijnlijk ontstaan uit de naam van een Keltisch grensvolk, de Volcae.

1. Oorsprong

Het achterhaalbare stamland van de Kelten is het gebied van boven-Rijn en boven-Donau (het tegenwoordige Noord-Zwitserland, Zuid-Duitsland, West-Oostenrijk). Zij bevolkten reeds in de bronstijd het oosten van Frankrijk, waarvan de verovering in de 5de eeuw grotendeels voltooid was, en vervolgens het Iberisch Schiereiland. Omstreeks 400 v.C. (volgens een overlevering bij Titus Livius, V, 31, reeds ca. 600) viel de grote trek naar Boven-Italië, die leidde tot de inneming van Rome in 390. Langs de Donau bereikten zij reeds vroeg Norica (Opper-Oostenrijk) en Pannonië (Hongarije), vanwaar zij in de 4de eeuw stuitten op de Illyriërs (Balkanbewoners) en in contact kwamen met de Macedoniërs. Hun legers drongen toen door in het Balkanschiereiland en plunderden in 279 Delphi; andere afdelingen stichtten rijken in het huidige Servië en in Thracië en in 278 staken zij als huurlingen over naar Klein-Azië, waar zij ten slotte ca. 235 het rijk van de Galaten grondvestten. Over tijdstip, uitgangspunt en route van hun eerste tochten naar de Britse Eilanden bestaat groot verschil van inzicht. Het is waarschijnlijk dat de Britten in de 4de–3de eeuw en de Belgae in de 3de–2de eeuw Albion bevolkten, maar sommige archeologen en ook linguïsten geloven aan een veel vroegere invasie van beide eilanden door Keltische volken.

Het is twijfelachtig of de Kelten ten tijde van hun grootste ontplooiing, toen zij reeds enige eeuwen Ligurische en Iberische volken overheersten, in antropologisch opzicht nog een eenheid vormden. Wel opmerkelijk is de culturele eenheid van de verspreide Kelten in het La Tène-tijdperk; terwijl er geen twijfel bestaat over hun taalkundige eenheid (zie Keltische talen).

2. De Romeinse tijd

Reeds in de eeuw van de grootste uitbreiding begon het Keltische gebied weer in te krimpen door het opdringen van de Romeinen uit het zuiden, Puniërs uit het zuidwesten, vervolgens van de Germanen uit het noordoosten en Daciërs uit het oosten. Tussen 283 en 191 overwonnen de Romeinen de Gallische volken van Boven-Italië (Senonen, Cenomani, Insubriërs en Boii); na hun overwinning op de Arverni in 121 stichtten zij hun eerste kolonies in het Rhônedal. Het Iberisch Schiereiland werd door de Carthagers (238–219) en vervolgens door de Romeinen (201–133) veroverd. Het Thracische Rijk bezweek in 193; in 196 onderwierpen de Romeinen ook de Galaten, wie zij echter tot 25 een zekere onafhankelijkheid lieten, en in 129 Illyrië. Na de Cimbrisch-Teutoonse volksverhuizingen (113–101) was de Rijn de grens tussen Galliërs en Germanen geworden, waarover ca. 65 de Sueven onder Ariovistus trokken. Caesar wierp hen terug, maar veroverde het gehele Transalpijnse Gallia (58–50). In het oosten drongen de Daciërs ca. 81 de Boii terug, die vervolgens ook voor de Marcomannen uit Bohemen weken. Tussen 19 en 9 bereikten de Romeinen de Donaugrens. Bij het begin van onze jaartelling waren er op het vasteland geen onafhankelijke Kelten meer.

3. Na de Romeinse tijd

Ook in Brittannië werden zij, behalve in het uiterste noorden, door Agricola definitief onderworpen (78–85 n.C.); alleen in Ierland zijn zij nooit onder de macht van het keizerlijke Rome gekomen. Daarentegen zijn de Kelten in Gallië blijvend, in Brittannië (het latere Engeland) oppervlakkig geromaniseerd. Na het einde van de Romeinse heerschappij (410) herwonnen de Britten hun onafhankelijkheid, die zij echter sedert het midden van de eeuw tegen Germaanse invallers hadden te verdedigen. Het laatste bedrijf van deze strijd was de onderwerping van Gwynedd (Noord-Wales) in 1292. Wel hebben de Ierse Dál Riada en de Britse Cornoviërs en Dumnoniërs nieuwe taalgebieden gekoloniseerd in Noordwest-Schotland en in Armorica (Bretagne), doch daar ontstonden geen onvermengd Keltische staten, daar de heersers zich meester maakten van de Germaanse resp. Romaanse randgebieden (Schotse Laaglanden en Haute-Bretagne) en daar hun residenties vestigden. De nauwe politieke betrekkingen met de machtige nabuurstaten (inlijving van Bretagne bij Frankrijk in 1491; personele unie tussen Schotland en Engeland in 1603) accentueerden deze ontwikkeling. Ierland, sedert 1171 in naam onderworpen aan de Engelse koningen, bleef plaatselijk onafhankelijk tot ca. 1600 en is sinds 1921 weer vrijwel zelfstandig en sedert 1938 officieel zelfstandig.

Zie ook Keltische kunst.