kasteel
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
kasteel
Introductie

kasteel (van het Latijn castellum, verkleinwoord van castrum = legerplaats; Duits: Burg, Schloss; Engels: castle; Frans: château; Italiaans: castello; Spaans: alcázar, castillo), oorspronkelijk versterkte plaats, fort, slot, burcht, tegenwoordig algemene benaming voor hoofdzakelijk middeleeuwse, verdedigbare bouwwerken van vaak zeer uiteenlopende aard, en voor jongere gebouwen die in hun vorm daarbij aansluiten.

1. Ontstaan

Het kasteel is te beschouwen als een begeleidingsverschijnsel van de feodale tijd en het leenstelsel; de ontwikkeling steunt enerzijds op de Romeinse militaire bouwkunde, waarbij inbegrepen de ontwikkeling tijdens het bewind van de Oost-Romeinse keizers, anderzijds op de traditie van de autochtone Europese verdedigingswerken, aangeduid met de term volksburcht. Onder volksburchten worden verstaan grote verdedigingswerken, bestaande uit aarden wallen en – soms droge – grachten. De vorm schijnt meestal aangepast aan het terrein en vertoont daarom geen bepaald type. Bekende volksburchten zijn bijv. Urmitz (bij Neuwied) en Maiden Castle (Dorsetshire). Het verschijnsel treedt reeds op in het neolithicum; er zijn geen aanwijzingen voor een geregelde bewoning en de functie schijnt derhalve tot die van vluchtburcht beperkt. De edelen der Merovingen en Karolingen hebben in de regel in open paleizen en landhuizen gewoond; voor zover er bij hen sprake is van een militaire bouwkunde hebben zij de Romeinse versterkingen opgeknapt of zich aan de traditie gehouden. De op last van Karel de Grote gebouwde grensversterkingen schijnen naar Romeins model te zijn aangelegd en bestonden uit hout en aarde.