| Indiase muziek | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 3. Muzikale stijlen en vormen |
Een uitvoering van klassieke Indiase muziek kan beginnen met een gedeelte waarin de stem of het melodie-instrument in vrije tijdmaat de melodische en gevoelskenmerken van de gekozen raga introduceert en uitwerkt, zonder begeleiding op de trom(men). Dit wordt alap (H) of alapana(m) (K) genoemd. Een alap in dhrupad-stijl is zeer uitgebreid en kan meer dan een uur duren. Uitgaande van de grondtoon worden de verschillende toontrappen geleidelijk aan in de improvisatie betrokken. Na introductie van een ritmisch element in de vorm van een soort geleidelijk versnelde hartslag worden door lettergrepen gearticuleerde ritmische figuren gebruikt die doen denken aan de aanslagen en speeltechnieken op de rudra bin. Een uitvoerige instrumentale alap bestaat uit drie vloeiend in elkaar overgaande delen: alap, jor en jhala. Bij een uitvoerige alapana onderscheidt men daarin de ragam en de tanam, waarbij de tanam evenals de jor herkenbaar is aan de introductie van ritmische figuren, echter niet gebaseerd op een bepaald maatschema. Bij de khyal vindt men alleen bij de Agra-gharana een alap vergelijkbaar met die van de dhrupad-stijl; bij de andere gharana's is de alap verwerkt in de bara khyal (zie hierna). Ook bij de overige vocale vormen van Noord-India is de alap meestal vrij kort of ontbreekt geheel.
Na de alap of alapana kan een muzikale vorm uitgevoerd worden waarin een compositie verwerkt is. Dit gedeelte wordt begeleid op de trom(men) en is gebaseerd op een bepaald maatschema. Bij bijv. tarana's (H) en varnam's (K) ligt het grootste gedeelte vast in traditioneel overgeleverde composities; in andere vormen, zoals de bara khyal (H) en de pallavi (K), overheerst het aandeel van de verschillende improvisatietechnieken. De meeste dhrupad-composities bestaan uit vier delen: sthayi, antara, sanchari en abhog. De antara beweegt zich meestal in het hogere deel van het octaaf, terwijl het derde en vierde deel muzikaal vergelijkbaar zijn met de eerste twee. De improvisaties zijn streng aan banden gelegd; het gaat vooral om zeer ingewikkelde ritmische variaties. Een karakteristiek maatschema voor dhrupad-composities is chautal met twaalf teleenheden. Nauw verwant aan de dhrupad is hori-dhamar, composities met teksten over de herdersgod Krishna, gebaseerd op dhamar tal (veertien teleenheden). Een compositie in de khyal-stijl wordt bandish of chiz genoemd. In de bara (= grote) khyal in vilambit (= langzaam) tempo wordt vaak maar een zeer klein compositiedeel gebruikt. De barhat, de geïmproviseerde alap-achtige exploratie van de melodische mogelijkheden van de rag, is het belangrijkste. Een khyal in gematigd tempo (= madhya laya) wordt wel barabar khyal genoemd. Hierin zijn compositie en tekst duidelijk herkenbaar. Hetzelfde geldt voor de chhota (= klein) khyal in drut (= snel) tempo. Als snel deel kan ook een tarana fungeren: een sterk ritmische compositie met een tekst waarin lettergrepen zijn verwerkt die o.a. refereren aan aanslagen op de trommen. Een karakteristiek element in de khyal-stijl zijn snelle reeksen van noten (tan's), die vaak met een climax naar een bepaald punt in het maatschema leiden, waarna het refreinachtige deel van de compositie weer terugkomt. Een zuiver instrumentale compositie voor bijv. de sitar wordt gat genoemd. Men onderscheidt een langzame versie, genoemd naar de musicus Masit Khan, en een snelle versie, genoemd naar de 19de-eeuwse hofmusicus Raza Khan. Vocale zowel als instrumentale composities hebben meestal een sthayi- en antara-gedeelte. Een thumri is een licht-klassieke vocale vorm met een tekst over de liefde, zowel in wereldlijke als in geestelijke zin. Bij een thumri mogen in overeenstemming met de interpretatie van de tekst andere raga's worden verwerkt. Thumri's zijn vaak gebaseerd op raga's als pilu, bhairavi, khamaj, kafi, tilak kamod en jhinjhoti. Andere licht-klassieke vormen zijn tappa (oorspronkelijk liefdesliederen uit de Punjab), ghazal (lied gebaseerd op Urdu-teksten), bhatiali en dhun (geïnspireerd door regionale volksmuziek).
Een concert in Zuid-India wordt meestal begonnen met een varnam, een soort concert-etude, waarin de melodische en stemmingskenmerken van de raga duidelijk tot uitdrukking worden gebracht. De belangrijkste compositievorm van de Karnatische muziek is echter de kriti, met als onderdelen de pallavi, anupallavi en charanam, die men zou kunnen omschrijven als eerste en tweede thema (vgl. sthayi en antara) en doorwerking van het thema. Terwijl bij de kriti de muzikale ontwikkeling op basis van de devotionele tekst het belangrijkst is, gaat het bij de oudere compositievorm kirtana puur om het religieuze aspect. De term pallavi wordt ook gebruikt voor een kort thema, dat als uitgangspunt dient voor zeer uitvoerige melodische en ritmische improvisaties. Een dergelijke pallavi vormt het hoogtepunt van een concert en wordt voorafgegaan door een zeer uitgebreide alapana, bestaande uit ragam en tanam. De tillana is een levendige korte compositie, sterk ritmisch van aard (vgl. tarana, H), die meestal aan het eind van een recital wordt uitgevoerd. Padam en javali zijn licht-klassieke composities met teksten over de liefde, vergelijkbaar met de tappa en thumri uit Noord-India. Speciale versies van de varnam, tillana, padam en javali vormen ook de muzikale basis voor de Bharata natyam-dansstijl van Zuid-India. Vooral in de Karnatische muziek wordt het ragamalika-principe toegepast, dwz. het aaneenrijgen van verschillende raga's, zowel binnen een alapana en in onderdelen van een compositie als bij opeenvolgende composities.
Vocale en instrumentale muziek hebben elkaar in India door de eeuwen heen beïnvloed. Zo worden vocale genres ook instrumentaal uitgevoerd (H: gayaki ang) en instrumentale speeltechnieken in de vocale muziek nagebootst. De Karnatische instrumentale muziek volgt bijna volledig de vocale vormen. Evenzo is er door de eeuwen heen een wederzijdse beïnvloeding geweest tussen de volksmuziek uit verschillende streken en de klassieke muziek. In afgelegen gebieden in het binnenland hebben stammen nog geheel eigen muziektradities en instrumenten bewaard. De meest verbreide muziekvorm van India is echter sinds ca. vijftig jaar de muziek die voor de Indiase commerciële films wordt gecomponeerd. Deze muziek is een mengvorm van autochtone muziektradities met allerlei westerse en Latijns-Amerikaanse populaire muziekgenres. Het gebruikte instrumentarium is evenzeer wereldwijd.