Hugo, Victor Marie
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Hugo, Victor Marie
Introductie

Hugo, Victor Marie (Besançon 26 febr. 1802 – Parijs 22 mei 1885), Frans dichter en prozaschrijver, de allesoverheersende figuur uit de Franse letterkunde van de 19de eeuw.

1. Leven

Hij was de zoon van een generaal van Napoleon en een katholieke moeder uit de Vendée. In 1822 huwde hij, daartoe financieel in staat gesteld door Lodewijk XVIII, met Adèle Foucher, met wie hij tot haar dood gehuwd bleef, hoewel hij in 1833 met de toneelspeelster Juliette Drouet een verhouding begon die vijftig jaar zou duren.

Hij omringde zich met jonge schilders die de romantiek aanhingen en was daarvan binnen enkele jaren de onbetwiste leider, hetzij door theoretische uiteenzettingen in de Muse française of het bekende voorbericht bij zijn toneelstuk Cromwell (1827), hetzij door eigen creatieve arbeid. De onstuimige première van zijn drama Hernani (25 febr. 1830) betekende de definitieve overwinning van de nieuwe richting, totdat het echec van Les Burgraves (17 maart 1843) hem waarschuwde dat het publiek zich afwendde van de romantiek. De bundel Les orientales (1829), met de vele verzen geïnspireerd door de gebeurtenissen in Griekenland, is vooral een manifestatie van Hugo's virtuoos vakmanschap en vormt een overgang naar de meer persoonlijke bundels lyriek uit de volgende jaren.

Hoewel de Odes et ballades (1826) nog getuigden van zijn royalisme, had Hugo zich met zijn filhelleense gedichten tegenover het gouvernement geplaatst. De strubbelingen met de censuur over de opvoering van Marion Delorme (1829) dreven hem nog sterker naar de oppositie. Hij werd aanhanger van een vaag, humanitair socialisme en begroette de Februarirevolutie als het begin van een gouden era, maar zijn naam stond op de proscriptielijsten na de staatsgreep van Lodewijk Napoleon. Jarenlang woonde hij als balling op Guernsey, en in de glazen belvédère van Hauteville House ontstonden de duizenden versregels van zijn satirische en pantheïstische gedichten. Hij weigerde te profiteren van de amnestie en keerde pas na de val van het keizerrijk naar Parijs terug. Hij kwam in botsing met de Nationale Vergadering te Bordeaux, waarin hij afgevaardigde van Parijs was, maar zijn politieke rol was uitgespeeld. Zijn dood evenwel was een nationale gebeurtenis; hij werd bijgezet in het Panthéon in Parijs.