| harp | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 3. Toepassing |
In het begin van de 17de eeuw werd de harp voor het eerst als orkestinstrument toegepast. Met klavecimbel (met de basso continuo) en luiten vormde zij de muzikale achtergrond bij de eerste opera's in Italië. Na de bouw van de dubbelpedaalharp door Érard nam de belangstelling van de componisten voor de harp weer toe. Berlioz heeft in zijn werken de harp veelvuldig voorgeschreven. Liszt, Wagner, Strauss en Mahler waren in het Duitstalige gebied de stuwende krachten voor een ruimere toepassing van de klankkleur van de harp in het orkestpalet. De Franse impressionisten hebben eerst volledig de mogelijkheden van dit instrument begrepen en toegepast. In het symfonieorkest worden thans gewoonlijk twee harpen gebruikt; meer en meer wordt het instrument in de moderne ensembles voorgeschreven. Strawinsky, Alban Berg, Webern, Henze, Berio en Boulez bijv. zien de harp door haar vele klankmogelijkheden als een van de belangrijkste orkestinstrumenten.
Concerten en werken voor soloharp met orkestbegeleiding schreven o.m.: Rodrigo, Krumpholtz, Händel , Mozart (concert voor harp, fluit en orkest), Boieldieu, Tailleferre, Salzedo, Wagenaar, Glière, Křenek, Ravel, Milhaud, Debussy; de Nederlandse componisten Flothuis, Van Delden, Henkemans, Badings; de Belgische componisten J. Jongen, A. de Boeck , A. Meulemans, R. Bernier (kamermuziek), V. Legley (concerto). De Nederlandse componist R. Heppener componeerde een werk voor 28 harpen.