| Zoekweergave | harmonischen | Terug |
harmonischen, ook (harmonische) boventonen,of natuurtonen,, hogere tonen die in een vaste intervalsverhouding met een bepaalde grondtoon meeklinken. De eerste zestien harmonischen (waarvan de eerste de grondtoon heet) zijn het belangrijkst. De frequenties van deze harmonischen zijn veelvouden van de frequentie van de grondtoon. De reeks harmonischen kan worden gedemonstreerd door een gehele snaar, respectievelijk de helft, een derde, een vierde, enz. daarvan te laten trillen.
Behalve de harmonische boventonen bestaan er disharmonische boventonen, waarvan de frequentie geen veelvoud is van die van de grondtoon. Als deze tonen in een bepaalde klank gaan overheersen, nadert deze het geraas. Maar het zijn dan niet de harmonischen; wel bezitten deze snaardelen de toonhoogte van de boventonen. de flageolettoon van een violist is daarentegen wel de eerste harmonische.