| Händel, Georg Friedrich | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 2. Betekenis |
Händel was een realist, die rekening hield met de heersende smaak, met politieke stromingen en met het opkomen van nieuwe richtingen. Hoewel hij verbleef aan de hoven van Hannover en Londen, stond hij buiten het eigenlijke hofleven en bewaarde hij zijn vrijheid. Een eredoctoraat, hem door Oxford verleend, weigerde hij uit vrees dat dit verplichtingen met zich zou brengen. Hij leefde – veel meer dan welke andere musicus van zijn tijd ook – op gelijke voet met vorsten, de adel en geldmagnaten. Hoewel Händel zich tot Engelsman liet naturaliseren, bleven zijn levensgewoonten en zijn omgangstaal Duits.
Händels opera's worden, zoals meestal het geval is met opera's in de toenmalige Italiaanse stijl, gekenmerkt door weinig actie; de zorg voor de kwaliteit van de muziek is veel groter dan bij veel van zijn Italiaanse tijdgenoten. Zij bestaan meestal uit een serie aria's, enige duetten of terzetten en een slotkoor. Händel componeerde zijn werken veelal voor bepaalde stemmen die in zijn operagezelschap te vinden waren, zo bijv. voor de castraatzangers Senesino, Bernacchi en Carestini.
De grote betekenis van Händel ligt in zijn oratoria, een genre dat door hem in geheel nieuwe banen werd geleid, en waarin zijn dramatische talenten sterker tot ontplooiing kwamen dan in zijn opera's. Zijn modulaties zijn in dit genre afwisselender dan in zijn muziek-dramatische werken; hij paste een voor die tijd verregaande chromatiek toe, en de polyfonie komt dan ook in deze werken tot grote bloei. Het genre culmineert in zijn koororatorium Israel in Egypt (1739), dat in 23 grootse koorzangen, naast slechts zeven solostukken, de nood en het lijden, maar ook de overwinning en de samenhang van een volk beschrijft. De Messiah (1742) staat geheel alleen in de literatuur. Het werk is opgebouwd uit de gewone muzikale bouwstoffen van die tijd, maar door de zuivere verhoudingen en de innerlijke spanningen werd het een blijvend hoogtepunt. De enorme koren die Händel voor de uitvoering van zijn oratoria voorschreef, hebben een koortraditie doen ontstaan die ook nu nog een belangrijk element van het Engelse muziekleven is. In zijn orkestmuziek komt Händels gevoel voor verhoudingen, voor muzikale architectuur en vormgeving uitstekend tot uiting.
Sinds 1931 bestaat in Göttingen en sinds 1955 in Halle een Händel-Gesellschaft.
WERK: (behalve de genoemde): Orkest: 18 concerti grossi (1734–1739), 18 orgelconcerten (1735–1751), Water music (1717), 3 concerten voor dubbelorkest (1747–1748), Music for royal fireworks (1749), ouvertures en concerten die in delen met de hiervoor genoemde identiek zijn. – Kamermuziek: 20 triosonates, 17 sonates voor viool, hobo of fluit en continuo. – Klavier: 16 suites de pièces (1720–1733), 6 fuga's. – Opera's: Rodrigo (1707–1708), Florindo e Dafne (1708), Agrippina (1709), Rinaldo (1711), Silla (1714), Amadigi di Gaula (1715), Radamisto (1720), Muzio Scevola (1721), Floridante (1721), Ottone (1723), Flavio (1723), Giulio Cesare (1724), Tamerlano (1724), Rodelinda (1725), Scipione (1726), Alessandro (1726), Admeto (1727), Siroe (1728), Tolomeo (1728), Lotario (1729), Partenope (1730), Poro (1731), Ezio (1732), Sosarme (1732), Orlando (1733), Arianna (1734), Parnasso in festo (1734), Il pastor fido, tweede versie, met het ballet Terpsichore (1734), Oreste (1734), Ariodante (1735), Alcina (1735), Atalanta (1736), Arminio (1737), Giustino (1737), Berenice (1737), Faramondo (1738), Serse (1738), Alessandro Severo (1738), Giove in Argo (1739), Imeneo (1740), Deidamia (1741). – Wereldlijke koorwerken: Alexander's feast (1736), Ode for St. Cecillia's Day (1739), L'allegro, il pensieroso ed il moderato (1741), Hercules (1745), The choice of Hercules (1751). – Kerkmuziek: 21 anthems, w.o. 4 coronation anthems (1727), 5 Te Deums, w.o. het Utrechter Te Deum and Jubilate (1713) en het Dettinger Te Deum (1743). – Geestelijke oratoria en cantaten: o.m. 2 passiemuzieken: Johannespassie (1704), Passie van Brocke (1716); voorts: La Resurrezione (1708), Esther (1720), Athalia (1733), Deborah (1733), Saul (1739), Belshazzar (1745), Alexander Balus (1748), Solomon (1749), Susanna (1750). – Voorts: o.m. ca. 100 Italiaanse cantates voor verschillende stemmen en continuo, 22 duetten en 2 terzetten, vele aria's en liederen, o.m. de 24 Engelse Menuett-Lieder (1731).
UITG: Hallische Händel-Ausgabe (1955 vv.; m. suppl.: Händel-Handbuch; 4 dln.: I, Lebens- und Schaffendaten. Them.-system. Verzeichnis: Bühnenwerke; II, Oratorische Werke, vokale Kammermusik, Kirchenmusik; III, Instrumentalmusik; IV, Bibliographie, 1979 vv).