Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
2. Bevolking

De bewoners van het Verenigd Koninkrijk stammen af van een reeks bevolkingsgroepen die zich in de loop van duizenden jaren op de Britse Eilanden hebben gevestigd. De laatste invasie was die van de Normandiërs (1066). Vóór hen zijn verschillende pre-Keltische en Keltischtalige bevolkingsgroepen naar Groot-Brittannië en Ierland gekomen, gevolgd door de Romeinen (55 v.C. – 410 n.C.), de Angelsaksen (met Friezen) en de Vikingen (zowel Denen als Noren). Het is niet mogelijk het aandeel van deze groepen in de hedendaagse bevolking te bepalen. De verspreiding van de Keltische talen en het Engels biedt daarvoor zeker geen houvast. Het aantal immigranten uit het Britse Gemenebest dat na de Tweede Wereldoorlog in het Verenigd Koninkrijk kwam wonen, én hun nakomelingen, werd in 2001 op 4% van de totale bevolking geschat. Ca. 90% van hen woont in de stedelijke gebieden van Londen, Manchester en Glasgow. Sinds 1962/1968 werd immigratie aan steeds strengere regels gebonden.

2.1 Demografie

Het geboortecijfer bedraagt 10,70 geboorten per 1000 inwoners (2008 schatting), het sterftecijfer 10,10 sterfgevallen per 1000 inwoners (2008 schatting). In de periode 1995–2000 nam de bevolking jaarlijks gemiddeld met 0,3% toe. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte is 78,8 (2008 schatting) jaar. Van de bevolking was in 2000 19% jonger dan 15 jaar, 15,7% ouder dan 65 jaar. Vergrijzing zal in de komende decennia leiden tot afname van de bevolkingsgroei.

2.2 Spreiding

Het leeuwendeel van de Britse bevolking is woonachtig in Engeland (82%), 9% in Schotland, 3% in Noord-Ierland en 5% in Wales. De Britse bevolking is voor 89% woonachtig in steden en voorsteden. Om stedelijke congestie tegen te gaan, is een aantal new towns gebouwd resp. gepland. Meer dan een derde van de bevolking is geconcentreerd in acht Metropolitan areas, waarvan Greater London met 7,2 miljoen inwoners (2002) de grootste is.

2.3 Taal

In alle delen van het land wordt hoofdzakelijk Engels (zie Engelse taal), de officiële taal, gesproken. In Wales wordt het Welsh door bijna 19% van de bevolking gesproken. Het Scottish Gaelic wordt nog slechts door 1,8% van de bevolking gesproken, vnl. op de Hebriden, en ook in Noord-Ierland is het Gaelic vrijwel verdwenen. Het Manx op het eiland Man en het Kornisch in Cornwall zijn vrijwel uitgestorven talen.

2.4 Religie

Van de bevolking behoort ca. 72% tot een staatskerk of een vrije kerk, ca. 8% is rooms-katholiek en ruim 2,5% is islamitisch. Voorts zijn er 400 000 sikhs, 350 000 hindoes, 300 000 joden en 25 000 boeddhisten.

Staatskerken zijn de Church of England (zie Anglicaanse Kerk) en de presbyteriaanse Church of Scotland (zie Schotse Kerk). In Wales is de Anglicaanse Kerk sinds 1920 geen geprivilegieerde staatskerk meer. Er bestaat volledige vrijheid van godsdienst. De Koning(in) moet lidmaat zijn van de Church of England en moet bij de troonsbestijging beloven de kerk te beschermen. Wanneer hij (zij) in Schotland vertoeft, is hij (zij) lid van de Schotse Kerk. Met de Church of England verbonden is de zgn. Anglican Communion.

De Vrije Kerken (Free Churches) zijn ontstaan vnl. uit verzet tegen staatsinmenging in kerkelijke zaken. De belangrijkste ervan zijn de Methodistische Kerk, de United Reformed Church en de Baptistenkerken. Naast de Schotse presbyteriaanse staatskerk zijn er diverse presbyteriaanse kerken (vooral in Schotland en Noord-Ierland). Andere protestantse denominaties zijn o.m.: de unitarische en vrije christelijke kerken, de Churches of Christ (in de Verenigde Staten bekend als Disciples of Christ), de Free Church of England (of Reformed Episcopal Church), gevormd in 1844 als een direct gevolg van de Oxford Beweging, de Society of Friends (Quakers) en de Salvation Army (Leger des Heils).

Rooms-Katholieke Kerk. De kerkelijke hiërarchie werd in Engeland en Wales hersteld in 1850, in Schotland in 1878; de meeste hier gevestigde rooms-katholieken zijn uit Ierland afkomstig. Er zijn in Engeland en Wales vijf aartsbisdommen en vijftien bisdommen; Schotland telt twee aartsbisdommen en zes bisdommen; Noord-Ierland maakt deel uit van de kerkprovincie Armagh en heeft op zijn grondgebied de zetels van een aartsbisdom (Armagh) en vier bisdommen.

In Noord-Ierland is 35% van de bevolking rooms-katholiek, 29% presbyteriaans en 24% lid van de staatskerk, de Church of Ireland. Londonderry is overwegend katholiek, Belfast protestants.